appartementengebouwHet komt geregeld voor dat bij het realiseren van een bouwplan rekening wordt gehouden met afschermende werking van gebouwen die nog niet zijn gerealiseerd. De hogere waarde op de nieuw te bouwen geluidgevoelige bestemming wordt dan vastgesteld alsof het afschermende gebouw er al staat. Uit twee recente uitspraken blijkt dat de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State deze praktijk afkeurt.

Loods en terreinafscherming

In een uitspraak van 19 juni 2013 gaat het om een loods en een terreinafscherming die ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan nog niet waren gerealiseerd. Wel was ten tijde van het akoestisch onderzoek een deel van de terreinafscherming gerealiseerd en een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bouwen van de loods ingediend. De Afdeling stelt vast dat de hoogte van de gerealiseerde terreinafscherming maximaal 2,8 meter is en daarom beduidend lager is dan de hoogte van ongeveer 4 meter die de raad gezien het akoestisch onderzoek nodig acht ter beperking van de overdracht van geluid. Bovendien is wat betreft zowel de terreinafscherming als de loods niet gewaarborgd dat deze worden opgericht in de uitvoering waarmee de raad gelet op het akoestisch onderzoek rekening heeft gehouden. In zoverre is bij dat onderzoek naar het oordeel van de Afdeling ten onrechte niet uitgegaan van de maximale mogelijkheden van het plan.

Appartementencomplex

In een uitspraak van de Afdeling van 25 september 2013 gaat het om een appartementencomplex waarvan ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan nog onzeker was of het zou worden gerealiseerd. Ten tijde van het akoestisch onderzoek was voor de bouw van het appartementencomplex al wel een onherroepelijke omgevingsvergunning verleend. Uit het akoestisch onderzoek volgt dat de geluidbelasting op de gevel van een in het plan voorziene woning na realisatie van het appartementencomplex 52 dB zal bedragen. Zonder de afschermende werking van dit appartementencomplex zal de geluidbelasting op de gevel van de voorziene woning 58 dB bedragen. Vast staat dat ten tijde van de vaststelling van het plan onzeker was of het appartementencomplex zou worden gerealiseerd. De raad heeft dit ter zitting bevestigd en toegelicht dat het Overtoomterrein, in verband met effecten van de economische crisis alsmede met de wens een spoortunnel te realiseren, op andere wijze zal worden ontwikkeld dan vergund bij voornoemd besluit. Dit komt ook tot uitdrukking in de gemeentelijke structuurvisie. Gelet op het voorgaande heeft de raad er niet van mogen uitgaan dat het appartementencomplex binnen de planperiode zal worden gerealiseerd en heeft hij niet van de geluidafschermende werking hiervan mogen uitgaan, aldus de Afdeling. De omstandigheid dat de raad verwacht dat anderszins maatregelen om geluidoverlast te beperken zullen worden getroffen maakt dit niet anders nu niet is verzekerd dat die maatregelen inderdaad worden getroffen.

Bronnen:

AbRvS 19 juni 2013, nr. 201208020/1/R1, ECLI:NL:RVS:2013:CA3683

AbRvS 25 september 2013, nr. 201301032/1/R2, ECLI:NL:RVS:2013:1281

 

Share This