Een recente uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: de Afdeling) van 27 juni 2018 bevestigt dat de beoordeling van de geluidbelasting verder gaat dan een toets aan de Wet geluidhinder en/of de Wet milieubeheer. De goede ruimtelijke ordening eist dat sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. De raad van de gemeente Dordrecht heeft in dat kader de gecumuleerde geluidbelasting in beeld gebracht. Toch gaat het mis. Wat kunnen we leren van deze uitspraak?

Waar ging de zaak over?

De raad van de gemeente Dordrecht (hierna: de raad) heeft een bestemmingsplan vastgesteld voor de ontwikkeling van een bedrijventerrein. Een eigenaar van een nabij gelegen woning kon zich daar niet mee verenigen. Hij voert onder meer aan dat als gevolg van de toename van verkeer geluidhinder ontstaat. Daardoor zal een onaanvaardbaar woon- en leefklimaat bij zijn woning ontstaan. De geluidbelasting is nu al zeer hoog. Dat wordt door de cumulatie van geluid vanwege wegverkeer, spoorwegverkeer en scheepvaart alleen maar erger. De raad had zijn woning en tuin niet zomaar de bestemmingen “Wonen” en “Tuin” mogen geven.

De raad stelt zich daarentegen op het standpunt dat geen sprake zal zijn van een onaanvaardbaar woon- en leefklimaat bij de woning van appellant. Handhaving van de woonbestemming is vanuit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening aanvaardbaar. De geluidbelasting op de woning voldoet toch aan alle wettelijke normen?

Oordeel van de Afdeling

Dat wordt voldaan aan de normen uit de Wet geluidhinder en de Wet milieubeheer, indiceert volgens de Afdeling dat sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. De beoordeling van de aanvaardbaarheid van de geluidbelasting gaat echter verder dan dat. Daarbij mag de cumulatieve geluidbelasting niet worden vergeten. De raad wijst op de akoestische onderzoeken die in dat kader zijn uitgevoerd. Daaruit blijkt dat de cumulatieve geluidbelasting door de toename van het verkeer niet zal toenemen. Een aanvaardbaar woon- en leefklimaat is – ook dan! – niet gegeven. De Afdeling acht de volgende omstandigheden van belang:

–          in de bestaande situatie is de geluidbelasting op de woning al zeer hoog;

–          de aanvaardbaarheid van deze hoge geluidbelasting in een bestaande situatie is niet eerder beoordeeld;

–          de raad kon daarom bij het bestemmingsplan niet volstaan met de vaststelling dat de geluidsituatie niet verslechtert ten opzichte van de bestaande situatie.

Daar komt bij dat de raad de aanvaardbaarheid van de geluidbelasting op niet-geluidgevoelige objecten moet beoordelen. Een voorbeeld betreft de tuin van appellant. Uit de stukken blijkt niet dat de raad dit aspect in zijn belangenafweging heeft betrokken.

Kortom: de raad heeft onvoldoende rekening gehouden met de zeer hoge geluidbelasting op de woning en in de tuin. Het bestemmingsplan was dan ook onzorgvuldig voorbereid en in zoverre in strijd met artikel 3:2 van de Awb.

Lessen voor de praktijk?

Deze uitspraak laat maar weer eens zien dat van een bestuursorgaan een actieve opstelling wordt verwacht bij het inventariseren van alle relevante feiten en belangen. Vergeet niet de cumulatieve geluidbelasting in beeld te brengen. Beoordeel de aanvaardbaarheid van deze cumulatieve geluidbelasting. Stel de vraag: is de bestaande cumulatieve geluidbelasting (nog) wel aanvaardbaar?  En toets de aanvaardbaarheid van de geluidbelasting op niet-geluidgevoelige objecten, zoals een tuin.

Raadpleeg hier de uitspraak van de Afdeling.

you're currently offline

Share This