Het college van gedeputeerde staten is toch belanghebbende bij de verlening van een omgevingsvergunning. De goede ruimtelijke ordening van de provincie is in het geding. Dit heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bepaald op 29 november 2017.

Wat speelde er?

Het college van B&W van Zwolle had van rechtswege een omgevingsvergunning verleend voor het gebruik van een bestaand pand voor reguliere detailhandel, in afwijking van het bestemmingsplan. Het college van gedeputeerde staten van Overijssel maakte hiertegen bezwaar. De verlening van de omgevingsvergunning zou namelijk in strijd zijn met het provinciaal beleid. Dit bezwaar werd gegrond verklaard en de van rechtswege gegeven vergunning herroepen. Vervolgens ging de aanvrager van de vergunning in beroep. Bij de rechtbank speelde de vraag of gedeputeerde staten belanghebbende waren.

Rechtbank: geen belanghebbende

In de omgevingsverordening is door provinciale staten een instructieregel opgenomen die bepaalt dat bestemmingsplannen niet mogen voorzien in een nieuwe mogelijkheid om detailhandel uit te oefenen op een bedrijventerrein. In dezelfde verordening staat echter ook dat de instructieregel niet rechtstreeks doorwerkt bij de afgifte van bouwvergunningen, aanlegvergunningen en ontheffingen.

De rechtbank stelt vast dat de instructieregel geldt bij het vaststellen van een bestemmingsplan. Nu het hier gaat om het verlenen van een omgevingsvergunning, hoefde de gemeente met deze regel geen rekening te houden. Gedeputeerde staten hebben dus geen wettelijke taak bij de verlening van omgevingsvergunningen. Daaruit concludeert de rechtbank dat gedeputeerde staten geen direct bij de vergunning betrokken belang hebben. Het algemene belang van een goede ruimtelijke ordening in Overijssel is onvoldoende om aan provinciale staten een eigen belang toe te kennen.

Afdeling: wel belanghebbende

De Afdeling is het niet eens met de rechtbank. Met de instructieregel geeft de provincie aan dat zij het toelaten van detailhandel een ongewenste ontwikkeling vindt. Hierdoor zijn aan gedeputeerde staten in het kader van de ruimtelijke ordening belangen toevertrouwd. Daar doet niet aan af dat de instructieregel niet rechtstreeks doorwerkt. Het belang van gedeputeerde staten is rechtstreeks betrokken bij de verleende vergunning. Zij  hadden daarom als belanghebbende aangemerkt moeten worden.

Wat betekent deze uitspraak?

De Afdeling zet een streep door de beperkte interpretatie van de rechtbank van het belanghebbende begrip, wanneer het gaat om provinciale belangen bij een ruimtelijk besluit. Deze ruime interpretatie past ook beter bij de inhoudelijke toets van het provinciale belang van de Afdeling. Daar oordeelt de Afdeling snel dat er sprake is van een provinciaal belang (zie bijvoorbeeld de blog over het provinciale belang bij de vergunning voor windturbines). Het zou vreemd zijn als de belanghebbende toets veel strikter zou zijn dan de inhoudelijke toets.

Bronnen: ABRvS 29 november 2017, nr. 201608798/1/A1 en Rb. Overijssel 14 oktober 2016, ECLI:NL:RBOVE:2016:3970.

Share This