Op dit moment moeten we het zonder evenementen doen, maar er worden wel uitspraken gedaan in procedures over evenementen van vorig jaar. En daar kunnen weer lessen uit worden gehaald voor toekomstige evenementen. Zo ook uit een uitspraak van de Rechtbank Midden-Nederland van 28 april 2020. Deze uitspraak onderstreept weer de strikte scheiding tussen het spoor van de APV en het ruimtelijke spoor bij evenementen. Uit de uitspraak volgt dat de beoordeling en afweging of evenementen op een bepaalde locatie zijn toegestaan vanuit ruimtelijk oogpunt, een andere is dan de beoordeling en afweging of in een concreet geval voor een evenement al dan niet een vergunning op grond van de APV kan worden verleend.

Waar ging de zaak over?

Stichting Gooise Wandelsport Bond vraagt een evenementenvergunning aan voor het organiseren van de avondvierdaagse 2019 te Leidsche Rijn, waarna de burgemeester van de gemeente Utrecht deze verleent op grond van de Algemene Plaatselijke Verordening Utrecht 2010 (APV). De evenementenvergunning staat onder andere toe dat tijdens het evenement beperkt versterkt geluid op verschillende geluidsniveaus wordt geproduceerd.

Stichting Bewonersbelang Castellum Hoge Woerd gaat in bezwaar en beroep tegen dit besluit en voert aan dat de burgemeester bij het verlenen van de evenementenvergunning de bezoekersaantallen en de hoogte van het geluidniveau aan de evenementenregeling in het ter plaatse geldende bestemmingsplan had moeten toetsen. Artikel 5.37, tweede lid, onder c, van de APV zou daartoe ruimte bieden, omdat daarin is geregeld dat een evenementenvergunning kan worden geweigerd als de aard van het evenement zich niet verdraagt met het karakter of de bestemming van de betreffende locatie. Omdat Castellum Hoge Woerd middenin woonwijken ligt verdraagt de avondvierdaagse zich niet met deze locatie, aldus de bewoners.

De burgemeester brengt daar tegenin dat een evenementenvergunning alleen hoeft te worden getoetst aan de APV. Een evenementenvergunning kan hij daarom niet weigeren wegens strijd met een bestemmingsplan. Verder voert de burgemeester aan dat artikel 5.37, tweede lid, onder c, van de APV zo moet worden uitgelegd dat moet worden gekeken of het karakter van de locatie zich verhoudt tot het betreffende evenement. In dit geval verhoudt het karakter van de locatie van Castellum Hoge Woerd zich tot de avondvierdaagse.

Oordeel rechtbank

De rechtbank overweegt dat een aanvraag voor een evenementenvergunning inderdaad niet hoeft te worden getoetst aan het bestemmingsplan. Daarbij verwijst de rechtbank naar een uitspraak van 1 juli 2015 (Amsterdam Open Air), waarin de Afdeling al heeft geoordeeld dat het enkele feit dat een evenement in strijd is met het bestemmingsplan niet zonder meer betekent dat een evenementenvergunning moet worden geweigerd. Louter ruimtelijke belangen kunnen niet aan de verlening van een evenementenvergunning in de weg staan, zo volgt uit inmiddels vaste jurisprudentie.

Artikel 5.37, tweede lid, onder c, van de APV maakt dat niet anders. Op grond van dit artikel kan een evenementenvergunning worden geweigerd als de aard van het evenement zich niet verdraagt met het karakter of de bestemming van de gevraagde locatie. Uit de toelichting bij het artikel volgt echter dat daarbij gedacht moet worden aan een andere uitleg dan waar de bewoners vanuit gaan. Het gaat dan bijvoorbeeld om een plein in een stil hofje waar geen kermis plaats zou kunnen vinden. In dit geval gaat het om een locatie die een open karakter heeft (en bovendien onder andere is bestemd voor evenementen). Het afroepen van de groepen en het spelen van versterkte muziek valt daarom niet onder de weigeringsgrond van artikel 5.37, tweede lid, onder c, van de APV.

Les voor de praktijk

Deze uitspraak maakt weer eens duidelijk: de APV vormt geen toetsingskader voor de ruimtelijke aanvaardbaarheid van een evenement. Bij de beoordeling van een aanvraag voor een evenementenvergunning speelt daarom de eventuele strijdigheid van het evenement met het ter plaatse geldende bestemmingsplan geen rol.

Wel laat deze uitspraak zien dat in de APV bepalingen kunnen bestaan die het weigeren van een evenement mogelijk maken als de aard van het evenement zich niet verdraagt met het karakter of de bestemming van de betreffende locatie. Hoewel hiermee beide sporen wat in elkaar lijken over te lopen, blijkt uit deze uitspraak dat dit niet al te ruim moet worden uitgelegd. Het gaat daarbij in feite om de vraag of het karakter van het evenement zich verdraagt met het karakter van de locatie, en niet om een (uitgebreide) toets aan het ter plaatse geldende bestemmingsplan.

Raadpleeg hier de uitspraak van de Rechtbank Midden-Nederland van 28 april 2020. ECLI:NL:RBMNE:2020:1653.

Share This