In Nederland worden veel festivals en andere evenementen georganiseerd. Het organiseren daarvan vergt de nodige inspanning, ook op omgevingsrechtelijk gebied. Als een evenement als ‘kortdurend en incidenteel’ kan worden aangemerkt, dan kan – ook bij strijdigheid met het bestemmingsplan – worden volstaan met een evenementenvergunning. Als dat niet het geval is, dan is een planologische basis vereist: ofwel het bestemmen van een locatie als evenemententerrein in het bestemmingsplan ofwel het verlenen van een omgevingsvergunning strijdig gebruik. Dat is bijvoorbeeld vereist als het evenement (inclusief op- en afbouw) meerdere dagen duurt. Verder moet er rekening worden gehouden met tal van aspecten waarbij met name de Flora- en faunawet (hierna: Ffw) en geluidhinder een belemmering kunnen vormen. Dat dit niet altijd direct goed gaat, volgt (opnieuw) uit een uitspraak van de Afdeling van 23 december vorig jaar.

Wat was er aan de hand?

Aan de orde is het bestemmingsplan Wijthmenerplas van de raad van de gemeente Zwolle, vastgesteld in 2014. In dit bestemmingsplan is de Wijthmenerplas en de directe omgeving aangewezen als gebied voor dagrecreatie inclusief het gebruik van een gedeelte van het plangebied als evenemententerrein. Bij tussenuitspraak van de Afdeling van 18 maart 2015 is de raad opgedragen om de volgende vier gebreken te herstellen:

– er is onvoldoende gemotiveerd waarom in de planregels hogere maximale geluidgrenswaarden zijn opgenomen dan de waarden uit de Nota ‘Evenementen met een luidruchtig karakter’ van de Inspectie Milieuhygiëne Limburg;
– ten onrechte is in de planregels de mogelijkheid opgenomen het toegestane geluidsniveau te verhogen als gevolg van een wijziging in het evenementenbeleid of milieubeleid;
– de raad had er op voorhand niet vanuit mogen gaan dat de Ffw niet aan uitvoering van het plan in de weg staat en;
– de parkeerbehoefte en verkeersbewegingen ten gevolge van de in de wijzigingsbevoegdheid opgenomen vergroting van het evenemententerrein is niet inzichtelijk gemaakt.

Bij herstelbesluit van 29 juni 2015 heeft de raad het bestemmingsplan gewijzigd vastgesteld.

Geluidhinder

Bij evenementen wordt het aanvaardbaar geacht als voor wat betreft de geluidsvoorschriften wordt aangesloten bij de Nota ‘Evenementen met een luidruchtig karakter’ van de Inspectie Milieuhygiëne Limburg (hierna: de Nota Evenementen), die in heel Nederland vaak wordt gehanteerd. De Nota Evenementen neemt het geluidsniveau in de geluidsgevoelige binnenruimte als uitgangspunt. Daarnaast gaat de Nota Evenementen uit van een gevelisolatie van 20 à 25 dB(A). In de Nota Evenementen geldt als maximale gevelbelasting voor de dag- en avondperiode 70 à 75 dB(A). Voor de nachtperiode geldt een maximale gevelbelasting van 65 à 70 dB(A).

In het bestemmingsplan waren in eerste instantie hogere maximale geluidsgrenswaarden opgenomen. Dat terwijl uit een door de raad overgelegd Akoestisch onderzoek volgt dat tijdens grootschalige muziekevenementen aan de geluidnormen van de Nota Evenementen kan worden voldaan. De Afdeling oordeelde dat nu uit het rapport volgt dat aan de in de Nota opgenomen geluidnormen kan worden voldaan, onvoldoende is gemotiveerd waarom hogere maximale geluidgrenswaarden zijn opgenomen. Dit leverde strijd met artikel 3:46 Awb op.

Met de gewijzigde vaststelling van het bestemmingsplan zijn de maximale normen naar beneden bijgesteld:  het geluidniveau  op gevels van geluidgevoelige gebouwen mag niet meer bedragen dan 75 dB(A) (in plaats van 85 dB(A) in het eerst vastgestelde plan). Toch wordt de raad opnieuw met een bestuurlijke lus geconfronteerd. De planregels waarin de geluidnormen zijn opgenomen zijn onvoldoende duidelijk omdat daaruit niet volgt over welke tijdsduur het gemiddelde geluidniveau moet worden bepaald. De Afdeling oordeelt dat op dit punt sprake is van strijd met de rechtszekerheid.

Dit leert ons dat de normen opgenomen in de Nota Evenementen als aanvaardbaar worden beschouwd. Uit jurisprudentie volgt ook dat veel gemeenten net als Zwolle aansluiting zoeken bij de Nota Evenementen. Als een gemeente daar voor kiest (in het evenementenbeleid of in een concreet geval), dan dient een afwijking van de normen echter wel goed gemotiveerd te worden.

Flora- en Faunawet

Ook voor wat betreft de Flora- en faunawet (hierna: de Ffw) was in eerste instantie het bestemmingsplan niet geheel op orde. De raad had namelijk nagelaten te onderzoeken of ter plaatse van het evenemententerrein vogels met jaarrond beschermde nesten aanwezig zijn. Een overleg op dit punt met de Dienst Regelingen volstaat niet. Dat geldt des te meer nu onduidelijk is waaruit dat overleg heeft bestaan en of daarbij wel het afsteken van vuurwerk en de effecten van lichtmasten zijn besproken. Niet is vast komen te staan dat de raad op voorhand ervan uit kon gaan dat de Ffw niet aan de uitvoering van het bestemmingsplan in de weg staat. Ook op dit punt is in de tussenuitspraak een bestuurlijke lus toegepast.

Dit gebrek is wel juist gerepareerd. De raad wijst op een brief van RVO en de daarin genoemde mitigerende maatregelen. Deze maatregelen worden bij elk evenement getroffen. Bovendien wordt bij elk evenement een monitoringsonderzoek uitgevoerd. De maatregelen sluiten overtredingen van de Ffw niet volledig uit, maar de kans op overtreding is gering. RVO acht dit risico aanvaardbaar. De Afdeling overweegt dat de raad in redelijkheid op voorhand ervan uit heeft kunnen gaan dat de Ffw niet in de weg staat aan het voorziene evenemententerrein.

Tot slot

Het organiseren van evenementen kan voor de nodige hoofdbrekens zorgen. Naast de in dit blog besproken aspecten, moet rekening worden gehouden met de verkeersaantrekkende werking, parkeren, EHS, Natura 2000, de APV, alternatieven, het eigen (evenementen)beleid etc. Het is van belang om alle relevante aspecten te betrekken, om zo een vernietiging van het bestemmingsplan of de omgevingsvergunning en een afgelast evenement te voorkomen.

Bronnen: AbRvS 23 december 2015, nr. 201403245/3/R1 en AbRvS 18 maart 2015, nr. 201403245/1/R1.

Share This