Mag het college van B&W zelf een ontwerpbesluit voor een verklaring van geen bedenkingen voorbereiden en ter inzage leggen, wanneer de gemeenteraad het bevoegd gezag is om het uiteindelijke besluit over de verklaring van geen bedenkingen vast te stellen? In de uitspraak van 9 mei jl. heeft de Afdeling deze vraag ontkennend beantwoord.

Wat speelde er?

BruZan Projecten B.V. heeft een aanvraag ingediend bij het college van B&W van Leeuwarden voor een omgevingsvergunning voor de bouw van 34 woonstudio’s. Het project is in strijd met het vigerende bestemmingsplan, waardoor een omgevingsvergunning op grond van artikel 2.1 lid 1 onder c Wabo moet worden verleend. De gemeenteraad is in dit kader het bevoegd gezag om de vereiste verklaring van geen bedenkingen te geven. Het college van B&W stelt naar aanleiding van de aanvraag zelf een raadsvoorstel en een ontwerpbesluit voor een verklaring van geen bedenkingen op en legt deze ter inzage, tezamen met de ontwerp-omgevingsvergunning. Bij besluit weigert de gemeenteraad uiteindelijk om een verklaring van geen bedenkingen te geven. De vraag die speelt in deze zaak is of de werkwijze van het college in strijd is met de Wabo en of de verklaring van geen bedenkingen ten grondslag mag worden gelegd aan de uiteindelijke weigering van de aanvraag.

De belangrijkste rechtsoverwegingen van de Afdeling

De Afdeling gaat allereerst uitgebreid in op de procedureregels van de verklaring van geen bedenkingen. De verklaring van geen bedenkingen komt enkel voor in de uitgebreide voorbereidingsprocedure. Het bestuursorgaan dat bevoegd is te beslissen op de aanvraag voor een omgevingsvergunning, moet bij ontvangst van die aanvraag beoordelen of sprake is van aspecten waaromtrent een verklaring van geen bedenkingen is vereist. Is dat het geval, dan moet onverwijld een exemplaar van de aanvraag en de daarbij gevoegde stukken worden gezonden naar het bestuursorgaan dat bevoegd is om de verklaring van geen bedenkingen te geven (artikel 3.11 lid 1 Wabo). Het ontwerpbesluit moet worden vastgesteld door het bestuursorgaan dat bevoegd is de verklaring van geen bedenkingen te geven, zo volgt uit de Wabo en de parlementaire geschiedenis van de Wabo. Dat is de gemeenteraad. Uit artikel 3.11 lid 3 Wabo en de parlementaire geschiedenis volgt dat het ontwerp van de verklaring dezelfde procedure als het ontwerpbesluit doorloopt: beide ontwerpen moeten ter inzage worden gelegd zodat zienswijzen kunnen worden ingediend. De beoordeling en eventuele verwerking daarvan in de definitieve beslissing omtrent de verklaring geschieden door het orgaan dat bevoegd is de verklaring te geven.

De Afdeling merkt daarnaast op dat uit de parlementaire geschiedenis volgt dat de verklaring van geen bedenkingen niet zozeer een goedkeuringsinstrument is, maar ertoe dient een ander bestuursorgaan te laten beslissen omtrent een aspect van de vergunning dat aan de beoordeling van het bevoegd gezag is onttrokken.

Niet in geschil is  dat het college niet onverwijld de relevante stukken aan de raad heeft gezonden. Het ontwerpbesluit over de verklaring van geen bedenkingen is ook niet door de gemeenteraad opgesteld, maar door het college van B&W. Dit is volgens de Afdeling in strijd met artikel 3.11 Wabo, omdat BruZan geen zienswijzen heeft kunnen indienen naar aanleiding van het standpunt van de raad. Dat de gemeenteraad in casu wel het uiteindelijke besluit over de verklaring van geen bedenkingen heeft vastgesteld, doet daaraan niet af. De conclusie is dat het college de weigering van de raad om een verklaring van geen bedenkingen te geven, niet aan het besluit tot weigering van de aanvraag om omgevingsvergunning ten grondslag had mogen leggen. Dit besluit is immers onzorgvuldig tot stand gekomen nu de raad geen rekening heeft kunnen houden met zienswijzen van derden.

Waarom is deze uitspraak van belang?

Deze uitspraak is van belang omdat duidelijk wordt gemaakt dat het niet mogelijk is voor het college van B&W om zelf een ontwerpbesluit voor een verklaring van geen bedenkingen voor te bereiden en ter inzage te leggen. Doet het college dit wel, dan wordt in strijd met artikel 3.11 Wabo gehandeld en zal het uiteindelijke besluit ten aanzien van de omgevingsvergunning door de rechter worden vernietigd. Dat de gemeenteraad het definitieve besluit over de verklaring van geen bedenkingen vaststelt, doet aan het voorgaande niet af.

Link: ABRvS 9 mei 2018, ECLI:NL:RVS:2018:1511

you're currently offline

Share This