supermarktDe reguliere of uitgebreide voorbereidingsprocedure: het maakt nogal wat verschil welke procedure van toepassing is op de aanvraag van een omgevingsvergunning. Indien de onjuiste procedure wordt gevolgd, dan kan dit ervoor zorgen dat (onbedoeld) een vergunning van rechtswege is verleend. Recent heeft de Afdeling zich weer uitgelaten over de te volgen voorbereidingsprocedure. In deze uitspraak had het college naar oordeel van de Afdeling terecht de uitgebreide voorbereidingsprocedure gevolgd en was in dat geval dus geen vergunning van rechtswege verleend. Voor de vraag welke procedure van toepassing is, is niet de bedoeling van de aanvrager relevant, noch de in de aanvraag opgenomen activiteit(en).

Wat was er aan de hand?

Aldi heeft bij het college van B&W van de gemeente Harlingen een aanvraag ingediend voor een omgevingsvergunning voor de bouw van een supermarkt. Omdat het college niet binnen acht weken een besluit heeft genomen, is de aangevraagde vergunning volgens Aldi van rechtswege verleend.
Het college heeft bij het primaire besluit geweigerd de aangevraagde omgevingsvergunning voor het bouwen van een supermarkt te verlenen wegens strijd met het ter plaatse vigerende bestemmingsplan. Dit besluit wordt in de beslissing op bezwaar herroepen omdat het primaire besluit ten onrechte zou zijn voorbereid met de reguliere voorbereidingsprocedure. Tegen deze beslissing op bezwaar heeft Aldi beroep ingesteld.

Aldi betoogt in hoger beroep onder meer dat voor zover al sprake zou zijn van strijd met het bestemmingsplan, de ingediende aanvraag uitsluitend ziet op het verkrijgen van een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen. Er zou ten onrechte van zijn uitgegaan dat de aanvraag ook ziet op gebruik in strijd met het bestemmingsplan. Nu het college Aldi niet in de gelegenheid heeft gesteld de aanvraag aan te vullen met betrekking tot de vermeende strijdigheid met het bestemmingsplan (als bedoeld in artikel 4:5 Awb), zou de reguliere voorbereidingsprocedure van toepassing zijn.

Aangevraagde activiteiten geven niet de doorslag

De Afdeling maakt korte metten met deze uitleg. Na ontvangst van de aanvraag moet het bevoegde gezag nagaan welke procedure van toepassing is. Daarvoor is niet van belang dat Aldi met haar aanvraag uitsluitend heeft beoogd een omgevingsvergunning voor het bouwen aan te vragen. Op grond van artikel 2.10, tweede lid, van de Wabo wordt een aanvraag voor bouwen van rechtswege aangemerkt als een vergunningaanvraag strijdig gebruik als blijkt dat de aangevraagde activiteit in strijd is met het bestemmingsplan. De in de aanvraag genoemde activiteiten zijn niet bepalend voor de van toepassing zijnde voorbereidingsprocedure.

Oppassen bij binnenplanse afwijkingsbevoegdheid

Of een aangevraagde activiteit in strijd is met het bestemmingsplan, is een beoordeling die aan het bevoegd gezag toekomt. Het enkele gegeven dat een aanvrager uitsluitend een omgevingsvergunning wenst aan te vragen voor de activiteit bouwen kan daar niet aan af doen. Daarmee bepalen niet de aangevraagde activiteiten de van toepassing zijnde voorbereidingsprocedure, maar dient het bevoegd gezag te toetsen of de aanvraag van rechtswege tevens  moet worden aangemerkt als een aanvraag voor strijdig gebruik.

Het is oppassen bij de aanvraag om een omgevingsvergunning voor een activiteit die in strijd is met het bestemmingsplan, maar waarvoor het desbetreffende bestemmingsplan voorziet in een binnenplanse afwijkingsbevoegdheid. Als in zo’n geval het bevoegde college ten onrechte meent dat de aanvraag niet past binnen de mogelijkheden voor een binnenplanse afwijking en dus oordeelt dat de aanvraag uitsluitend kan worden toegewezen met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder a, onder 3 van de Wabo, dan wordt ten onrechte de uitgebreide voorbereidingsprocedure gevolgd. Omdat op een bepaalde situatie echter de reguliere procedure van toepassing is, zal in dat geval de omgevingsvergunning na het verstrijken van de beslistermijn wel van rechtswege verleend zijn.

Bron: AbRvS 11 november 2015, nr. 201500582/1/A4, AbRvS 18 juli 2013, nrs. 201305064/1/A1 en 201305064/2/A1

Share This