De drijver van een inrichting heeft zich te houden aan de voorschriften van de daarvoor geldende omgevingsvergunning. Een evenementenvergunning kan hier een uitzondering voor bieden. Met zo’n vergunning kunnen evenementen die niet passen onder de normen van de omgevingsvergunning, toch worden georganiseerd. Dat een verleende evenementenvergunning de normen van een omgevingsvergunning echter niet zonder meer opzij kan schuiven, volgt uit een uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) van 24 oktober 2018. 

Waar ging de zaak over?

Op een terrein aan de Victoriedijk te Valkenswaard bevindt zich een auto- en motorrallycircuit. Aan de oostelijke zijde van dit circuit heeft de exploitant een extra lus in de baan aangebracht en een bocht ruimer gemaakt. Als gevolg van deze aanpassingen is de baan iets in de richting van een nabijgelegen woning verschoven. Omwonenden klagen vervolgens over geluidsoverlast van het circuit en dienen een verzoek tot handhaving in bij het college van burgemeesters en wethouders van Valkenswaard (het college). Daarbij hebben zij beargumenteerd dat niet zou worden voldaan aan de voor de circuits verleende omgevingsvergunningen en het geldende bestemmingsplan. Het college wijst dit verzoek echter grotendeels af, en ziet alleen reden voor handhaving vanwege het in strijd met het in de omgevingsvergunningen voorgeschreven bijhouden van logboeken.

Oordeel Afdeling

Op drie vermeldenswaardige punten oordeelt de Afdeling dat de besluiten van het college niet voldoen aan de beginselen dat de overheid een besluit zorgvuldig moet voorbereiden en nemen (3:2 Awb) en bovendien goed moet motiveren (art. 7:12 Awb).

Ten eerste is het standpunt van het college dat de gevolgen van de uitbreiding van het circuit marginaal zijn te kort door de bocht. Het college had moeten onderzoeken of er een hogere geluidbelasting was voor de omwonenden.

Ten tweede hanteert het college een te ruime interpretatie van de maximaal toegestane openingstijden. Er is ten onrechte ervanuit dat daarin alleen de uren zouden gelden waarin daadwerkelijk op het circuit wordt geracet. Relevant zijn alle uren waarin het circuit geopend is voor races. Hierdoor heeft het college mogelijke overtredingen van de toegestane openingstijden gemist. De tekst uit de vergunningsvoorschriften en uit het Besluit omgevingsrecht (Bor) bieden geen aanknopingspunten voor de interpretatie die het college heeft gehanteerd.

Tot slot oordeelt de Afdeling dat het college bij de handhaving van de geluidsnormen van de omgevingsvergunningen ten onrechte grote rally-evenementen zoals de Dakar pre-proloog buiten beschouwing heeft gelaten. Dit soort evenementen behoren tot de reguliere activiteiten van de inrichting. Dat voor dergelijke evenementen een evenementenvergunning wordt verleend, op basis waarvan hogere geluidsnormen gelden dan in de omgevingsvergunning worden opgelegd, kan daarom niet meebrengen dat de geluidsnormen uit de omgevingsvergunning buiten toepassing kunnen worden gelaten.

De afwijzing van het verzoek om handhaving is gelet op het voorgaande niet zorgvuldig voorbereid, genomen en gemotiveerd. Het besluit wordt vernietigd.

Belang voor de praktijk

Wat kan een gemeente van deze uitspraak leren? Een belangrijk punt is dat reguliere activiteiten van een inrichting niet buiten het op basis van de omgevingsvergunning geldende kader gehouden kunnen worden, door voor dat soort activiteiten losse evenementenvergunningen te verlenen. Daarvoor zijn evenementenvergunningen niet bedoeld. Een gemeente zal dus goed moeten afwegen of een evenement al dan niet tot de ‘reguliere activiteiten’ van een inrichting behoort. Indien dat het geval is, en die activiteit past niet binnen de vastgestelde normen in de omgevingsvergunning, dan is ofwel een wijziging van de omgevingsvergunning vereist ofwel zal handhavend opgetreden moeten worden.

Lees hier de volledige uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State van 24 oktober 2018.

you're currently offline

Share This