Met open en gesloten bodemenergiesystemen wordt energie uit de bodem gewonnen. Bodemenergiesystemen maken gebruik van de warmte en koude die van nature aanwezig is in de bodem en het grondwater. Het is een duurzame techniek waarmee in de winter gebouwen kunnen worden verwarmd en in de zomer gebouwen kunnen worden gekoeld. Realisatie van een groot aantal bodemenergiesystemen in een beperkt gebied, die ook nog eens een optimaal energierendement hebben, kan alleen wanneer deze systemen ‘slim’ ten opzichte van elkaar gepositioneerd worden en interferentie wordt voorkomen. Brengt dit met zich mee dat voor één locatie niet meerdere vergunningen kunnen worden verleend? Nee, aldus de Rechtbank Noord-Holland in haar uitspraak van 30 juli 2018. Het doet daarbij ook niet ter zake welke vergunningaanvraag eerder was ingediend.

Waar ging de zaak over?

Het college van gedeputeerde staten van Noord-Holland (het college) verleent een eigenaar van een stuk grond en een daarop gerealiseerd gebouw, een vergunning voor het installeren van een open bodemenergiesysteem op deze locatie. Ruim een maand later verleent het college aan een andere partij een vergunning voor nagenoeg dezelfde activiteit op dezelfde locatie. Het gaat hier om een bedrijf dat voor meerdere locaties in Nederland vergunningen heeft aangevraagd voor de plaatsing van open WKO’s en ook verleend heeft gekregen, en als doel heeft eigenaren van gebouwen een aanbieding te doen tot realisatie en exploitatie van een bodemenergiesysteem. Dit bedrijf is het niet eens met deze gang van zaken. Het bedrijf stelt dat haar vergunning dan weliswaar later is verleend, maar zij had haar aanvraag eerder ingediend dan de eigenaar van de grond. Daarnaast betoogt het bedrijf dat uit de Nota van toelichting bij het Besluit bodemenergiesystemen het uitgangspunt van de Waterwet volgt dat “wie het eerst komt, het eerst pompt”. Er moet immers voorkomen worden dat bodemenergiesystemen in hetzelfde onttrekkingsgebied ‘negatief interfereren’. Dat wil zeggen dat het in werking hebben van een bodemenergiesysteem niet mag leiden tot zodanige interferentie met een eerder geïnstalleerd bodemenergiesysteem, dat het doelmatig functioneren van één van de desbetreffende systemen kan worden geschaad. Bijvoorbeeld wanneer de warme put van het ene systeem de koude put van een ander systeem opwarmt (en vice versa). Vanwege dit uitgangspunt kan voor (nagenoeg) dezelfde activiteit op dezelfde locatie niet tweemaal een vergunning worden verleend, aldus eiseres. Uitsluitend aan haar had een vergunning mogen worden verleend omdat haar aanvraag eerder is ingediend dan die van derde-partij.

Het college stelt daarentegen dat twee vergunningen op één locatie wel mogelijk is. Het feit dat eerder een vergunning voor dezelfde locatie is verleend, is immers niet als weigeringsgrond in de Waterwet opgenomen. In overeenstemming met artikel 6.11h van het Waterbesluit is in de vergunning het voorschrift opgenomen dat de vergunninghouder ervoor zorg moet dragen dat geen negatieve interferentie plaatsvindt. Verder worden alle vergunde open en gesloten bodemsystemen steeds geregistreerd in het Landelijk Grondwater Register, waarmee wordt getracht negatieve interferentie te voorkomen.

Het bedrijf waaraan als eerste de vergunning is verleend, heeft het bodemenergiesysteem inmiddels in gebruik genomen. Eiseres nog niet.

Mocht het college meerdere vergunningen verlenen op de locatie?

De rechtbank is van oordeel dat het door eiseres ingeroepen beginsel “wie het eerst komt, het eerst pompt” betrekking heeft op reeds geïnstalleerde systemen. Dat volgt uit de tekst van artikel 6.11h van het Waterbesluit, waarin gesproken wordt van “een eerder geïnstalleerd bodemenergiesysteem”. Dit uitgangspunt gaat niet op voor als eerst aangevraagde vergunningen. Het college hoeft ter voorkoming van negatieve interferentie daarom niet al bij ontvangst van een vergunningaanvraag rekening te houden met een eerdere aanvraag. Aanvragen hoeven niet in de volgorde van binnenkomst te worden afgehandeld en indien een eerste aanvraag kan worden ingewilligd, betekent dat niet dat een tweede aanvraag niet ook kan worden ingewilligd. Het verlenen van meer vergunningen voor dezelfde locatie is dus wel degelijk mogelijk. Negatieve interferentie van bodemenergiesystemen kan worden voorkomen met de op grond van artikel 6.11h, eerste lid, van het Waterbesluit verplichte vergunningvoorschriften.

Belang voor de praktijk

Kortom, bij het verlenen van een vergunning voor een bodemenergiesysteem moet rekening worden gehouden met een ander reeds in gebruik genomen bodemenergiesysteem, nu systemen in elkaars nabijheid (negatieve) invloed op elkaar kunnen hebben. Dat is de juiste uitleg van het uitgangspunt “wie het eerst komt, het eerst pompt” uit de Waterwet. Niet dat een vergunning niet mag worden verleend omdat een andere aanvraag eerder was ingediend.

Raadpleeg hier de volledige uitspraak van de Rechtbank Noord-Holland.

Share This