Nog even en dan is het 2020. Het jaar waarin de eerste resultaten moeten zijn bereikt in het kader van de energietransitie. Met deze stip aan de horizon is een eindsprint nodig bij de realisatie van veel energieprojecten. Die eindsprint moet niet alleen snel, maar ook goed gebeuren. Robin Aerts en Lianne Banhoorn stonden tijdens hun workshop op Inzicht stil bij een aantal juridische hordes die volgen uit recente rechtspraak en regelgeving over energieprojecten. In dit blogbericht worden drie onderwerpen besproken die tijdens de workshop aan bod zijn gekomen.

Tijdens de workshop is uitgebreid stil gestaan bij het arrest van het Hof van Justitie in de zaak Patrice D’Oultremont e.a. tegen het Waals Gewest. In dit arrest staat een prejudiciële vraag centraal van de Belgische Raad van State. In een Waals besluit zijn verschillende regels gesteld voor de installatie van windturbines over onder meer veiligheid, slagschaduw en geluid. De vraag of dat Waalse besluit een “plan of programma” is in het kader van de SMB-richtlijn, wordt door het Hof van Justitie bevestigend beantwoord. Wat zijn de gevolgen van dit arrest voor de energietransitie in Nederland? Zijn er wel gevolgen? De AbRvS zal naar onze verwachting zich hier op termijn over moeten uitlaten.

Een ander “hot item” is geluidhinder als gevolg van het plaatsen van windturbines. De AbRvS heeft hierover de laatste maanden een aantal belangrijke uitspraken gedaan (zie: AbRvS 21 februari 2018, ECLI:NL:RVS:2018:616 (Windpark De Drentse Monden) AbRvS 20 december 2017, ECLI:NL:RVS:2017:3504 (Windpark De Veenwieken) en AbRvS 17 januari 2018, ECLI:NL:RVS:2018:141 (Windpark Spui). In deze laatste uitspraak over Windpark Spui oordeelde de AbRvS dat de geluidnormen in artikel 3.14a lid 1 Activiteitenbesluit gehanteerd mogen worden bij de beoordeling van de hinderlijkheid van het geluid van de voorziene windturbines. Wel komt de AbRvS met een vervolgvraag: is het geluidniveau van maximaal 47 Lden en 41 Lnight als gevolg van de windturbines bij de woningen nabij het plangebied uit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening aanvaardbaar? In de uitspraak wordt geoordeeld dat zich geen bijzondere omstandigheden voordoen. Dat sprake is van een zeer stil buitengebied maakt dat niet anders. Ook een cumulatieonderzoek kan helpen om aan te tonen dat sprake is en blijft van een goed woon- en leefklimaat. In dat kader is de uitspraak over Windpark De Veenwieken interessant. Daar wordt geoordeeld dat een verslechtering van de cumulatieve geluidsbelasting – een toename van 20 dB – inherent is aan het realiseren van een windpark in een relatief stille agrarische omgeving.

Tot slot is aandacht besteed aan het onderwerp participatie. Het aspect participatie wordt steeds belangrijker bij het realiseren van energieprojecten. Daarbij gaat het niet alleen om het informeren van alle betrokken partijen, maar ook om financiële participatie. Participatie speelt nu al een belangrijke rol in de omgevingsvisies van diverse overheden. Na inwerkingtreding van de Omgevingswet in 2021 wordt participatie wettelijk verankerd. Onder de Omgevingswet zullen grootschalige energieprojecten worden gerealiseerd door middel van een zogenaamd projectbesluit. Bij de voorbereiding daarvan dient participatie plaats te vinden. Het bevoegd gezag dient over de uitkomsten daarvan – en de keuzes die op basis daarvan zijn gemaakt – verantwoording af te leggen in het besluit.

Share This