In een uitspraak van 4 september 2019 oordeelt de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) dat twee verrijdbare kassen binnen het bouwvlak worden gebouwd, ondanks dat de kassen periodiek geheel buiten het bouwvlak zullen worden geplaatst.

Wat was er aan de hand?

Een bedrijf dient een aanvraag in voor de bouw van twee verrijdbare kassen (40 meter lang, 10 meter breed en 5,2 meter hoog). Het college constateert dat het bouwplan in strijd is met het bestemmingsplan, maar staat dit strijdige gebruik toe op grond van het Besluit omgevingsrecht (Bor). Een omwonende maakt – zonder succes – bezwaar tegen de verlening van omgevingsvergunning en stelt vervolgens beroep in. In beroep voert hij aan dat de kas niet voldoet aan de toepasselijke voorwaarden uit het Bor: het bouwwerk zou zich niet binnen de bebouwde kom bevinden. De rechtbank volgt dit betoog, verklaart het beroep gegrond, vernietigt de beslissing op bezwaar en herroept de omgevingsvergunning. Het college en vergunninghouder stellen hoger beroep in tegen dit besluit. Daarnaast besluit het college opnieuw de vergunning te verlenen. Volgens het college is dit mogelijk, omdat het bouwplan past binnen het in de tussentijd vastgestelde bestemmingsplan. Het nieuwe besluit wordt op grond van artikel 6:19 Awb van rechtswege meegenomen in het hoger beroep.

In hoger beroep staat de vraag centraal of het bouwplan past in het nieuwe bestemmingsplan. Volgens de omwonende is dat niet zo, omdat de verrijdbare kassen zich buiten het bouwvlak kunnen bevinden.

Oordeel Afdeling

De Afdeling oordeelt dat het college zich terecht op het standpunt heeft kunnen stellen dat niet wordt gebouwd buiten het bouwvlak. Hiervoor acht de Afdeling relevant dat het bedrijf de kassen slechts incidenteel zal verplaatsen en deze dan plaatst op de buiten het bouwvlak aanwezige palen. Volgens de Afdeling is dit in overeenstemming met de planregels, waarin mede ten behoeve van dit bouwplan is bepaald dat palen buiten het bouwvlak zijn toegestaan. Gelet hierop concludeert de Afdeling dat het bedrijf de kassen niet buiten maar binnen het bouwvlak bouwt.

Relevantie van de uitspraak  

Uit de uitspraak volgt dat de enkele omstandigheid dat een bouwwerk verplaatsbaar is, niet betekent dat (ook) sprake is van bouwen buiten het bouwvlak. De Afdeling weegt in deze uitspraak mee dat het bouwwerk slechts incidenteel (ongeveer drie weken per jaar) buiten het bouwvlak wordt geplaatst. Het is niet duidelijk waar de grens van incidenteel ligt, dus is het goed om hiermee rekening te houden.

Raadpleeg hier de uitspraak van de Afdeling.

Share This