meeuwRecent zijn twee uitspraken gewezen over de methoden en middelen die mogen worden gebruik bij het bestrijden van meeuwenoverlast. De eerste uitspraak betreft de uitspraak van de rechtbank Noord-Holland van 11 april jl., waarin de vraag centraal stond of cervicale dislocatie mag worden toegestaan als middel, terwijl dit middel niet bij wettelijk voorschrift is aangewezen. De tweede uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling van 12 april jl. betrof de negatieve gevolgen op de meeuwenpopulatie als gevolg van nestbehandeling.

Uitspraak rechtbank Noord-Nederland 11 april 2016

In de uitspraak van de rechtbank Noord-Holland speelde de vraag of handmatige cervicale dislocatie mag worden toegestaan als middel voor het bestrijden van meeuwenoverlast. Dit onderwerp houdt de gemoederen al langere tijd bezig. De Afdeling heeft op 4 januari 2012 geoordeeld dat uit de Vogelrichtlijn volgt dat enkel middelen en methoden die bij wettelijk voorschrift zijn aangewezen, zijn toegestaan. Derhalve mag de keuze voor het middel of de methode niet aan het bevoegd gezag worden overgelaten. In het onderhavige geval stelt de rechtbank vast dat cervicale dislocatie niet bij wettelijk voorschrift is vastgesteld als middel of methode. Onder verwijzing naar voornoemde uitspraak van de Afdeling en artikel 9 van de Vogelrichtlijn, oordeelt de rechtbank vervolgens dat gelet hierop, cervicale dislocatie niet is toegestaan. De uitspraak van de rechtbank is daarmee in lijn met de uitspraak van de Afdeling van 4 januari 2012 en er wordt nogmaals mee benadrukt dat een bestuursorgaan alleen een ontheffing van de Ffw kan verlenen voor het doden van dieren indien daarbij een bij wettelijk voorschrift vastgesteld middel of methode wordt gebruikt.

Uitspraak voorzieningenrechter Afdeling 12 april 2016

Een andere interessante uitspraak voor de praktijk is de uitspraak van de Afdeling van 12 april 2016. In deze uitspraak speelde de vraag of de staatssecretaris een ontheffing op grond van de Ffw aan de gemeenten Leiden, Alkmaar en Haarlem had mogen verlenen voor onder meer nestbeheer van een aantal meeuwensoorten. Met het nestbeheer worden eieren bewerkt door ze met olie te overgieten of worden de eieren vervangen door nepeieren, waardoor het broedsucces van de meeuwensoorten kleiner wordt. Door de rechtbank zijn de ontheffingen herroepen, omdat de staatssecretaris niet deugdelijk heeft gemotiveerd dat met de ontheffing geen afbreuk wordt gedaan aan de gunstige staat van instandhouding van de meeuwensoorten. Hangende het hoger beroep hebben de gemeenten een verzoek om voorlopige voorziening ingediend, omdat zonder de uitvoering van onderzoek en nestbehandeling in dit broedseizoen, er in de aankomende zomer meer overlast van de meeuwen in de gemeenten wordt verwacht. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af, omdat het op de weg van de gemeenten lag om dat belang ruim van tevoren schriftelijk kenbaar te maken en tijdig een schriftelijk verzoek om versnelde behandeling in te dienen. De voorzieningenrechter kent derhalve een groter gewicht toe aan het belang bij het voorkomen van een negatief effect op de meeuwenpopulatie, dan aan het belang van de gemeenten.

Relevantie voor de praktijk

Deze uitspraken laten zien dat het bevoegd gezag enkel ontheffing mag verlenen voor middelen of methoden die bij wettelijk voorschrift zijn toegestaan. Cervicale dislocatie is bijvoorbeeld niet toegestaan. Indien een middel of methode wel is toegestaan, zoals nestbehandeling, dient daarbij te worden gemotiveerd dat met de ontheffing geen afbreuk wordt gedaan aan de gunstige staat van instandhouding van de betreffende vogelsoort.

Bronnen:
– Vz. AbRvS 12 april 2016, ECLI:NL:RVS:2016:1079
– Rb. Amsterdam 14 april 2015, ECLI:NL:RBAMS:2015:2170
– Rb. Noord-Holland 11 april 2016, ECLI:NL:RBNHO:2016:2774
– AbRvS 4 januari 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BV0107

Share This