Evenementen stuiten niet zelden op verzet van omwonenden. Zo ook bij het jaarlijks terugkerende dance-festival ‘Amsterdam Open Air’ in het Gaasperpark te Amsterdam. Een omwonende stelt overlast te ondervinden, vreest dat de natuurwaarden en de bodem- en grondwaterkwaliteit van het Gaasperpark onaanvaardbaar worden aangetast en maakt dan ook bezwaar tegen de verleende omgevingsvergunning. In hoger beroep geeft de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) antwoord op de vraag i) wanneer een omwonende van een evenement belanghebbende is en ii) wanneer de relativiteitstoets aan een geslaagd beroep tegen het besluit dat het evenement mogelijk maakt, in de weg staat.

Belanghebbende bij een evenement?

Organisator Air Events voert in hoger beroep onder meer aan dat de omwonende geen belanghebbende is bij de door het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam (het college) aan het bedrijf verleende omgevingsvergunning. Gelet op de afstand van ongeveer 1.1 km tussen de woning en het evenemententerrein zou zij namelijk geen ‘gevolgen van enige betekenis’ van het festival ondervinden. Ook voert Air Events aan dat het geluidniveau binnen de woning bepalend is voor de vraag of van gevolgen van enige betekenis gesproken kan worden. Nu de omwonende heeft aangegeven met gesloten deuren en ramen nauwelijks overlast te ondervinden en de geluidniveaus aanzienlijk lager zijn dan het gemeentelijk beleid en de Nota ‘Evenementen met een luidruchtig karakter’ van de VROM-inspectie Milieuhygiëne Limburg, zijn de geluidniveaus volgens Air Events aanvaardbaar.

De Afdeling gaat daar niet in mee. Of sprake is van ‘gevolgen van enige betekenis’ wordt niet binnen een woning gemeten. Relevant zijn de gevolgen die iemand ‘ter plaatse van zijn woning of perceel’ kan ondervinden. De Afdeling verwijst in dit kader naar haar uitspraak van 23 augustus 2017. Nu uit een voorafgaand aan het besluit opgesteld geluidrapport volgt dat vanwege het evenement bij de woning met name in de avondperiode een geluidniveau van ongeveer 52-53 dB(A) optreedt, is het aannemelijk dat ter plaatse van de woning ‘’gevolgen van enige betekenis’ worden ondervonden. Dat wordt voldaan aan de geluidnormen van de Nota Evenementen en dat het evenement slechts een beperkt aantal dagen duurt waarbij de geluidniveaus fluctueren, doet daar niet aan af. De omwonende is kortom belanghebbende bij het besluit.

Relativiteit bij een evenement

Voor de omwonende gaat het echter alsnog mis op het punt van de relativiteit, geregeld in artikel 8:69a van de Awb. Daarin is bepaald dat de bestuursrechter een besluit niet mag vernietigen wegens schending van een rechtsregel die kennelijk niet strekt tot bescherming van het belang van de appellant. Het relativiteitsvereiste staat niet in de weg aan het opkomen voor een algemeen belang, wanneer kort gezegd de belangen van degene die zich beroept op een rechtsregel die een algemeen belang dient, in voldoende mate zijn verweven met de algemene belangen die de betreffende rechtsregel beoogt te beschermen.

De verleende omgevingsvergunning is gebaseerd op artikel 2.12, eerste lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo), welke bepaling strekt tot bescherming van ‘een goede ruimtelijke ordening’. Dit omvat onder meer een goede kwaliteit van de directe leefomgeving, waaronder ook de bescherming van de natuurlijke waarden en de bodem- en grondwaterkwaliteit (waarop de omwonende een beroep doet). Nu de woning van appellant op 1,1 km van het evenemententerrein in het Gaasperpark en op 400 meter van de Gaasperplas ligt, zijn de individuele belangen van appellant bij een goede kwaliteit van de directe leefomgeving echter onvoldoende verweven met de belangen van de natuurwaarden en de kwaliteit van de bodem waar artikel 2.12 Wabo op ziet. De betrokken normen strekken daarom in dit geval niet tot de bescherming van de belangen van de omwonende. Aan een inhoudelijke beoordeling van dit argument komt de Afdeling, anders dan de rechtbank, dan ook niet toe.

Tot slot

Het kan lonen om na te gaan of tegenstanders van een evenement belanghebbende zijn bij de verleende vergunning die het evenement mogelijk maakt. Of zij gevolgen van enige betekenis ondervinden en aldus belanghebbende zijn, moet echter wel beoordeeld worden aan de hand van gevolgen die iemand buiten de woning kan ondervinden. Dat met gesloten deuren en ramen (bijna) geen overlast wordt ervaren maakt dus niet uit! Als een omwonende belanghebbende is, dan kan het relativiteitsvereiste alsnog meebrengen dat het beroep niet inhoudelijk beoordeeld wordt. Let daarom ook goed op wat de afstand tussen de woning en het evenement is!

Lees hier de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 12 december 2018.

Share This