Boeken-633x640Vandaag heeft de Afdeling het zogenoemde ne bis-beoordelingskader losgelaten, in navolging van de al eerder ingezette lijn in de jurisprudentie voor vreemdelingenrecht.

Wat was er aan de hand?
Een dame is in het verleden ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie (GBA) van de gemeente Vaals, op basis van een door haar onder ede afgelegde verklaring. Tien jaar later heeft zij voor het eerst verzocht om die gegevens te wijzigen. Dat werd geweigerd door B&W. Nadien heeft zij nog enkele keren gevraagd om wijziging. Al die herhaalde verzoeken zijn afgewezen door het college van B&W omdat volgens B&W niet is gebleken van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden sinds het eerder besluit.

Zij maakt hiertegen bezwaar en stelt beroep en hoger beroep in.

Hoe zit het?
Als een bestuursorgaan afwijzend  beslist op een door een burger aangevraagd besluit, geeft de wet regels over waar een nieuwe aanvraag over dezelfde kwestie vervolgens aan moet voldoen. Artikel 4:6 Awb schrijft voor dat de aanvrager nieuw gebleken feiten of omstandigheden (ook wel ‘nova’) moet vermelden. Als dat niet gebeurt kan het bestuursorgaan de aanvraag afwijzen, onder verwijzing naar zijn eerdere afwijzende beschikking en zonder inhoudelijk oordeel. Er wordt met dit zogenoemde ne bis in idem-beginsel voorkomen dat meerdere keren wordt geoordeeld over dezelfde zaak.

Als de aanvrager het niet eens is met de nieuwe afwijzing en daartegen beroep instelt, toetste de rechter ambtshalve –  dat wil zeggen los van de beroepsgronden – of zich nova voordoen. Als dat niet het geval is kan de rechter zich vervolgens niet inhoudelijk uitlaten over de beroepsgronden tegen de afwijzing en wordt het beroep ongegrond verklaard.

Uitspraak Afdeling
In haar uitspraak van 22 juni 2016 heeft de Afdeling echter al overwogen dit ne bis-beoordelingskader te verlaten in het vreemdelingenrecht. De Afdeling heeft daar aangegeven voortaan elk besluit over een opvolgende asielaanvraag die niet wordt ingewilligd, te toetsen in het licht van de door de vreemdeling aangevoerde beroepsgronden. Die toets omvat de motivering van het besluit en de manier waarop dat tot stand is gekomen. Ook wordt gekeken hoe, als er beleid is over de toepassing van artikel 4:6 van de Awb, uitvoering is gegeven aan dat beleid. Er wordt dus niet meer ambtshalve getoetst of zich nova voordoen of niet. Hiermee is de rechtsbescherming volgens de Afdeling gediend.

In de uitspraak van vandaag verklaart de Afdeling deze vreemdelingenrechtspraak ook van toepassing op alle zaken buiten het vreemdelingenrecht, mede vanwege de eenvormigheid van de rechtspraak.

Inhoudelijke toets
Als het bestuursorgaan de herhaalde aanvraag (of het verzoek terug te komen van een besluit) op inhoudelijke gronden afwijst, dan toetst de bestuursrechter het besluit op die aanvraag aan de hand van de aangevoerde beroepsgronden. Het besluit wordt dan dus getoetst als ware dit het eerste besluit over de aanvraag. De bestuursrechter beoordeelt dus anders dan voorheen niet meer ambtshalve of wat de aanvrager aan zijn aanvraag ten grondslag heeft gelegd nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden zijn.

Afwijzing vanwege ontbreken nova
Als het bestuursorgaan een aanvraag afwijst omdat geen sprake is van nova (artikel 4:6 lid2 Awb), dan toetst de bestuursrechter aan de hand van de aangevoerde beroepsgronden en eventueel door het bestuursorgaan gevoerd beleid, of het bestuursorgaan zich terecht, en zorgvuldig voorbereid en deugdelijk gemotiveerd op het standpunt heeft gesteld dat er geen nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden zijn.

Als de bestuursrechter oordeelt dat het bestuursorgaan terecht van mening was dat er geen nova zijn, dan kan dat afwijzing van de aanvraag in beginsel dragen. De bestuursrechter kan aan de hand van wat de rechtzoekende heeft aangevoerd evenwel tot het oordeel komen dat het besluit op de herhaalde aanvraag of het verzoek om terug te komen van een besluit evident onredelijk is.

Concrete betekenis
Anders dan voorheen zal het besluit van het bestuursorgaan op een opvolgende aanvraag als uitgangspunt worden genomen bij de toetsing. De rechter zal dus niet meer uit zichzelf beoordelen of er door de aanvrager iets nieuws is aangevoerd of niet. Als het bestuursorgaan een herhaalde aanvraag op inhoudelijke gronden afwijst, in plaats van te beoordelen of er nieuwe feiten of omstandigheden zijn, dan wordt het besluit getoetst alsof dit het eerste besluit op de aanvraag is.

Bronnen:
AbRvS 23 november 2016, nr. 201502095/1/A3;
AbRvS 22 juni 2016, nr. 201509196/1/V2.

you're currently offline

Share This