o7rbQsKOp 5 augustus heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State een interessante uitspraak gewezen over risicoaanvaarding. In deze uitspraak gaat de Afdeling in op de vraag hoe risicoaanvaarding dient te worden beoordeeld bij vervanging van bestaande opstallen.

Risicoaanvaarding

Risicoaanvaarding wordt beoordeeld aan de hand van het antwoord op de vraag of ten tijde van de aankoop van de onroerende zaak voor een redelijk denkend en handelend koper aanleiding bestond om rekening te houden met de kans dat de planologische situatie ter plaatse in ongunstige zin zou veranderen. Daarbij dient rekening te worden gehouden met concrete beleidsvoornemens die openbaar zijn gemaakt (zie bijvoorbeeld ABRvS 2 december 2009 en ABRvS 14 januari 2009). Schade kan ook voor rekening van de koper blijven omdat het risico van schade uitdrukkelijk door de koper is aanvaard. Zo was in de uitspraak van de Afdeling van 18 september 2013 sprake van voorzienbaarheid omdat in de koopovereenkomst was aangegeven dat de verkoper plannen had om in de nabije toekomst in de directe nabijheid bebouwing te realiseren.

De casus

In de onderhavige zaak heeft appellant in 1994 gronden gekocht met daarop een tankstation, woonhuis, erf, schuren en een pakhuis. Appellant is voornemens om op het perceel een nieuw en volwaardig tankstation te exploiteren.  In 1999 legt de gemeente een nieuw conceptstructuurplan ter inzage waarin is opgenomen dat de weg waaraan appellant is gelegen alleen toegankelijk wordt voor bestemmingsverkeer. Ondanks het conceptstructuurplan vernieuwt appellant in 2000 het op het perceel aanwezige tankstation. Vlak na afronding van de vernieuwing wordt het structuurplan definitief vastgesteld; in 2013 wordt de weg afgesloten voor doorgaand verkeer. Appellant dient een verzoek om schadevergoeding in, onder andere voor gederfde huurinkomsten voor het tankstation.

Het college wijst het verzoek om schadevergoeding af omdat op het moment van investering in de vernieuwing van het tankstation  in 2000 het conceptstructuurplan al ter inzage had gelegen. Een redelijk denkend en handelend ondernemer zou er rekening mee hebben gehouden dat de weg in de toekomst zou worden afgesloten, aldus het college, waardoor sprake is van risicoaanvaarding.

De uitspraak van de Afdeling

De Afdeling vindt de beslissing van het college te kort door de bocht. Vast staat immers dat in 1994 appellant een tankstation kocht en er op dat moment geen reden was aan te nemen dat de weg zou worden afgesloten. Dat appellant in 2000, nadat het voornemen tot afsluiting bekend was geworden, besloot de bestaande opstallen te vernieuwen kan hem alleen worden tegengeworpen als op het moment van de terinzagelegging van het Structuurplan, voldoende mogelijkheden resteerden om het perceel – in overeenstemming met het bestemmingsplan – op rendabele wijze te exploiteren. Dan heeft appellant immers bewust de keuze gemaakt te investeren in een tankstation, terwijl ook andere mogelijkheden bestonden.

Uit deze uitspraak volgt dat het doen van een investering na het bekend worden van een bepaald beleidsvoornemen niet in alle gevallen risicoaanvaarding met zich meebrengt. Doorslaggevend is of er voor de eigenaar een (economisch) reëel alternatief bestond, aldus de Afdeling.

Bronnen:
ABRvS 2 december 2009, nr. 200902002/1/H2
ABRvS 14 januari 2009, nr. 200801600/1
ABRvS 18 september 2013, nr. 201211480/1/A2
Bron uitspraak blogbericht: ABRvS 5 augustus 2015, nr. 201408220/1/A2

Share This