Het Besluit bodemkwaliteit (Bbk) roept in de praktijk veel vragen op. Op 25 juli 2018 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) een interessante uitspraak gewezen over de uitleg van de begrippen ‘partij’ en ‘toepassing’; twee kernbegrippen uit het Bbk.

Wat was er aan de hand?

In 2015 heeft de staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu (staatssecretaris) aan het college van burgemeester en wethouders van Almere (college) een last onder dwangsom opgelegd om herhaling van overtreding van artikel 15 Bbk te voorkomen. Dit artikel verbiedt het samenvoegen van verschillende partijen grond of baggerspecie, zonder de daarvoor vereiste erkenning.

In 2016 constateerden inspecteurs van de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) dat het college zich niet hield aan de last. Volgens de inspecteurs waren op drie locaties in de gemeente zonder erkenning verschillende partijen grond dan wel baggerspecie samengevoegd. Daarop besloot de staatssecretaris van het college een dwangsom in te vorderen.

De staatssecretaris verklaarde het bezwaar van het college tegen het invorderingsbesluit ongegrond. Vervolgens stelde het college beroep in.

In beroep betoogt het college dat:

  1. de aangetroffen grond of baggerspecie als één partij moet worden aangemerkt en dat dus geen sprake is van samenvoeging;
  2. de aangetroffen grond of baggerspecie op twee van de drie locaties is toegepast als bedoeld in artikel 35 Bbk en dat artikel 15 Bbk dus niet is overtreden.

Oordeel Afdeling

De Afdeling gaat deels mee in het betoog van het college en overweegt het volgende:

Eén of meer partijen

De Afdeling stelt voorop dat de definitie van het begrip ‘partij’ in het Bbk, ook als deze in het licht van de Nota van Toelichting wordt gelezen, nadere invulling behoeft. De staatssecretaris heeft daarvoor aansluiting gezocht bij het protocol 1001 ‘Monsterneming van partijkeuringen grond en baggerspecie’ (protocol 1001). Volgens de Afdeling heeft de staatssecretaris dit mogen doen.

In protocol 10011 staan criteria voor de kwalificatie van grond of baggerspecie als één partij. Een van de criteria is dat de grond of baggerspecie afkomstig is van aaneengesloten percelen. Dat was hier niet het geval. Naar het oordeel van de Afdeling heeft de staatssecretaris zich dus terecht op het standpunt gesteld dat op de locaties verschillende partijen grond dan wel baggerspecie zijn aangetroffen.

Toepassing ex artikel 35 Bbk

De vervolgvraag was of de aangetroffen grond of baggerspecie was toegepast als bedoeld in artikel 35 Bbk. Dit is van belang, omdat het verbod van artikel 15 Bbk niet geldt bij deze toepassingen.

De Afdeling overweegt dat artikel 35 Bbk een omschrijving geeft van de handelingen die onder een toepassing worden verstaan. Voldoet een handeling aan die omschrijving, dan is sprake van een toepassing als bedoeld in dat artikel. Daarvoor is niet vereist dat de handeling voldoet aan alle voorwaarden die het Bbk aan het toepassen van grond of baggerspecie stelt.

Met deze overweging zet de Afdeling een streep door de rekening van de staatssecretaris. Ter onderbouwing van de overtreding had de staatssecretaris slechts gewezen op het feit dat niet voor alle grond en baggerspecie was voldaan aan de verplichting om de voorgenomen toepassing tijdig en juist te melden. Naar het oordeel van de Afdeling kan daaruit echter niet de conclusie worden getrokken dat geen sprake is van een toepassing als bedoeld in artikel 35 Bbk en daarmee van een overtreding van artikel 15 Bbk.

Aangezien voor twee locaties de overtreding van de opgelegde last niet is vast komen te staan, is de staatssecretaris ook niet bevoegd om tot invordering over te gaan, aldus de Afdeling.

De Afdeling verklaart het beroep gegrond en vernietigt het invorderingsbesluit voor wat betreft de invordering wegens het niet nakomen van de last voor deze twee locaties.

Conclusie

De Afdelingsuitspraak maakt twee punten duidelijk:

  1. Voor de uitleg van het begrip ‘partij’ kan aansluiting worden gezocht bij het protocol 1001;
  2. Voor de vraag of een handeling met betrekking tot grond of baggerspecie een toepassing is als bedoeld in artikel 35 Bbk, is bepalend of deze voldoet aan een omschrijving van een handeling uit dat artikel.

Zie hier de uitspraak van de Afdeling.

you're currently offline

Share This