landingsbaanDe Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vernietigt in een uitspraak van 30 oktober 2013 de intrekking van de aanwijzing van luchtvaartterrein Twente als militair luchtvaartterrein. De rechtbank Almelo had in een eerder vonnis het aanwijzingsbesluit en de daarbij behorende geluidszone ingetrokken. De Vereniging omwonenden luchtvaartterrein Twente, die zich, sinds het staken van het militair hoofdgebruik van het luchtvaartterrein in 2007, verzet tegen de doorontwikkeling van het luchtvaartterrein tot burgerluchthaven, wordt hierbij in hoogste instantie in het ongelijk gesteld.

Civiel medegebruik van een militair luchtvaartterrein

Nederland kent een tiental militaire luchtvaartterreinen. Bij deze luchtvaartterreinen zijn geluidszones van kracht die de ruimtelijke ontwikkeling van het gebied rondom het luchtvaartterrein beperken. Op een aantal militaire luchtvaartterreinen is medegebruik door de burgerluchtvaart mogelijk. Dit gebruik vindt plaats op basis van een ontheffing van het verbod voor de burgerluchtvaart om een luchtvaartterrein te gebruiken dat uitsluitend voor de militaire luchtvaart is aangewezen (artikel 34, tweede lid, van de Luchtvaartwet (oud)).

De Wet regelgeving burgerluchthavens en militaire luchthavens

De Luchtvaartwet is in 2008 overgegaan in de Wet luchtvaart. De Wet luchtvaart bevat een nieuw stelsel voor de luchthavens van Nederland. De Wet regelgeving burgerluchthavens en militaire luchthavens (“Wet RBML”)  bevat overgangsrecht. Ingevolge artikel XVIII, Wet RBML, dienen alle aanwijzingen van militaire luchtvaartterreinen te worden vervangen door een luchthavenbesluit als bedoeld in artikel 10.15 van de Wet luchtvaart. Oude aanwijzingsbesluiten blijven tot 1 november 2014 van kracht.

Luchtvaartterrein Twente

Luchtvaartterrein Twente is in 1960 aangewezen als militair luchtvaartterrein. Het militair hoofdgebruik is echter in 2007 gestaakt. Voor het terrein is een ontheffing voor burgermedegebruik afgegeven op grond van de Luchtvaartwet. De Twentsche Radio Modelvliegtuig Club, de Twentsche Zweefvlieg Club, Vliegclub Twente en de Nederlandse Academie voor Verkeersvliegers maken gebruik van het luchtvaartterrein. Voorts zijn er plannen om luchtvaartterrein Twente door te ontwikkelen naar een burgerluchthaven. De Vereniging Omwonenden Luchthaven Twente heeft de minister van Defensie verzocht om het militaire aanwijzingsbesluit en de daartoe behorende geluidzone voor luchtvaartterrein Twente in te trekken, nu van militair gebruik geen sprake meer is. De minister van Defensie heeft geweigerd gehoor te geven aan het verzoek. Behoud van de aanwijzing van het luchtvaartterrein als militair luchtvaartterrein is volgens de minister nodig om voortzetting van het huidige burgermedegebruik en doorontwikkeling van het luchtvaartterrein naar een burgerluchthaven mogelijk te maken. De Vereniging Omwonenden Luchthaven Twente is tegen dit besluit in beroep gegaan.

De uitspraak

In eerste aanleg oordeelde de rechtbank Almelo dat de minister in strijd met het specialiteitsbeginsel heeft gehandeld. Een transitie naar burgerluchthaven en burgermedegebruik van het militaire luchtvaartterrein kunnen volgens de rechtbank niet herleid worden tot het doel van de bevoegdheid van de minister van Defensie om een luchtvaartterrein als een militair luchtvaartterrein aan te wijzen. Deze belangen konden daarom niet ten grondslag worden gelegd aan de weigering om de aanwijzing in te trekken.

Volgens de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft de rechtbank ten onrechte geoordeeld dat de minister in strijd met het specialiteitsbeginsel heeft gehandeld. De Afdeling oordeelde dat niet in de Luchtvaartwet is bepaald dat de minister gehouden is een aanwijzing van een luchtvaartterrein dat uitsluitend voor de militaire luchtvaart is aangewezen in te trekken zodra het militair gebruik van het desbetreffende luchtvaartterrein is geëindigd. Voorts is in artikel 8.1, eerste en tweede lid, van de Wet luchtvaart uitdrukkelijk voorzien in een overgang van luchtvaartterrein Twente van militair luchtvaartterrein naar burgerluchtvaartterrein. De wetgever heeft bij die overgang ook uitvoerig stilgestaan. Daarnaast volgt uit artikel XVIII, Wet RBML, dat het aanwijzingsbesluit vervalt op 1 november 2014. Daarmee staat vast dat het aanwijzingsbesluit beperkte geldigheid heeft. De overgang naar burgerluchtvaartterrein is daarmee aan een termijn gebonden.

Conclusie

In hoogste instantie oordeelt de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State dat de minister het specialiteitsbeginsel niet heeft geschonden door de belangen van burgermedegebruik en doorontwikkeling van luchtvaartterrein Twente tot burgerluchthaven aan zijn beslissing ten grondslag te leggen. De Afdeling staat hiermee een meer integrale afweging toe van belangen bij uitoefening van bestuursbevoegdheid door de minister.

De Afdeling behoudt met zijn uitspraak de huidige status quo voor luchtvaartterrein Twente. Burgermedegebruik kan tot 1 november 2014 worden voortgezet en de geluidszone, die ruimtelijke ontwikkeling van het gebied rondom het luchtvaartterrein beperkt, blijft in stand.

De exploitant van luchtvaartterrein Twente dient vóór 1 november 2014 een luchthavenbesluit op grond van de nieuwe Wet luchtvaart te hebben verkregen. Overigens heeft de exploitant van het luchtvaartterrein Twente een vrijstelling aangevraagd van het verbod in de Wet luchtvaart een burgerluchthaven in bedrijf te hebben indien voor deze luchthaven geen luchthavenbesluit of luchthavenregeling geldt. Hiermee zou het civiele medegebruik onder de militaire aanwijzing vervallen, maar de betreffende activiteiten kunnen dan worden voortgezet onder het vrijstellingsbesluit. Het belang van handhaving van de militaire aanwijzing voor luchtvaartterrein Twente zou dan komen te vervallen.

Bron:

ABRvS 30 oktober 2013, nr. 201211740/1/A3

Share This