Op 21 september jl. heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (AbRvS) uitspraak gedaan over de vraag of het bevestigen van hoogspanningsleidingen aan een reeds bestaande hoogspanningsmast aangemerkt kan worden als bouwen in de zin van de Wabo.

Wat was er aan de hand?

Een inwoner van de gemeente Helmond woont in de nabijheid van een locatie waar een hoogspanningsleiding tussen twee hoogspanningsmasten wordt verlegd. Voor deze masten was wel een bouwvergunning aangevraagd, voor de leidingen tussen de masten niet. De inwoner stelt zich op het standpunt dat ook voor de leidingen een omgevingsvergunning aangevraagd moet worden. Hij heeft daarom een verzoek om handhaving gedaan. Hij vreest bovendien nadelige gevolgen voor de gezondheid van omwonenden als gevolg van de hoogspanningslijn.

Uitspraak rechtbank Oost-Brabant

Bij uitspraak van 13 augustus 2015 heeft de rechtbank Oost-Brabant geoordeeld dat de leidingen samen met de masten onderdeel uitmaken van de hoogspanningslijn en dat de hoogspanningslijn gezien moet worden als één bouwwerk. De hoogspanningslijn (masten en leidingen) betreft volgens haar een constructie die indirect via de hoogspanningsmasten met de grond is verbonden althans steun vindt op de grond en is bedoeld om ter plaatse te functioneren. Nu de hoogspanningslijn niet als vergunningvrij bouwwerk is uitgezonderd in het Besluit Omgevingsrecht is volgens de rechtbank een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen vereist. Nu deze omgevingsvergunning niet is verleend is volgens de rechtbank sprake van een overtreding waartegen handhavend opgetreden kan worden.

Oordeel AbRvS

In hoger beroep gaat de uitspraak van de rechtbank onderuit. De Afdeling overweegt dat voor het oprichten van de hoogspanningsmasten een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen is verleend. Volgens de Afdeling kan het na het oprichten van de hoogspanningsmasten daaraan bevestigen van de hoogspanningsleidingen niet worden aangemerkt als bouwen in de zin van de Wabo. Daarbij is doorslaggevend dat de hoogspanningsleidingen niet zelfstandig als bouwwerk aangemerkt kunnen worden, nu het niet gaat om een constructie van enige omvang. Dat de hoogspanningsleidingen niet los in de masten hangen en daaraan zijn bevestigd, leidt volgens de AbRvS niet tot een andere conclusie. De Afdeling komt tot de slotsom dat voor de aanleg van de hoogspanningsleidingen geen omgevingsvergunning is vereist en het college niet bevoegd was daartegen handhavend op te treden.

Wijziging Besluit Omgevingsrecht (Bor)

De uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant van 13 augustus 2015 heeft inmiddels geleid tot een ontwerpbesluit tot wijziging van het Bor. In dit ontwerpbesluit wordt een bovengrondse elektriciteitsleiding aangewezen als een vergunningvrij bouwwerk.  De wijziging beoogt met spoed bovengrondse elektriciteitsleidingen te legaliseren. Daarmee wordt voorkomen dat met een beroep op de uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant handhavend opgetreden moet worden tegen de aanwezigheid van deze leidingen. Het ontwerpbesluit is recentelijk voorgelegd aan de voorzitters van de Eerste en Tweede Kamer. In ons blogbericht van 20 september 2016 besteden wij hier aandacht aan. Met de uitspraak van de AbRvS van 21 september 2016 lijkt het nut van de voorgestelde wijziging van het Bor te zijn verdwenen. Wij wachten af wat er met het ontwerpbesluit tot wijziging van het Bor gaat gebeuren.

Bron: AbRvS 21 september 2016, nr. 201507393/1/A1

Share This