Home Kennis Omgevingswetdag 2019

Omgevingswetdag 2019

11 december 2019

Op 25 november 2019 organiseerden de NVDE, NWEA, Holland Solar en Pels Rijcken de Omgevingswetdag. Centraal stonden dit jaar de RES’en en projectontwikkeling onder de Omgevingswet. In dit verslag leest u een korte impressie van de plenaire presentaties en van de deelsessies, met daarbij links naar de gegeven presentaties.

Plenair gedeelte

Tijdens het plenaire ochtendgedeelte namen drie sprekers en dagvoorzitter Liesbeth Schippers de deelnemers mee door het nieuwe omgevingsbeleid dat afkomt op de spelers in de energietransitie. Daarbij werd toegelicht wat de belangrijkste nationale ontwikkelingen zijn en de invloed daarvan op de regionale ruimtelijke inpassing van de energietransitie in Nederland. Van Klimaatakkoord naar de Regionale Energiestrategieën en van Omgevingswet naar omgevingsplannen, omgevingsvergunningen en omgevingsvisies: alles kwam in vogelvlucht voorbij.

Klimaatakkoord en de RES’en

Olof van der Gaag heeft als directeur van de NVDE intensief onderhandeld aan de Klimaattafels van het Klimaatakkoord. Hij gaf toelichting op de gemaakte afspraken uit het Klimaatakkoord: hoe gaat Nederland de energietransitie vormgeven de komende tien jaar? Daarbij zoomde hij in op de afspraken aan de elektriciteitstafel over de Regionale Energiestrategieën (RES’en): via de RES’en moeten de nationale afspraken over duurzame energie op regionale schaal ruimtelijk worden ingepast.

Verspreid over 30 RES-regio’s moet 35 TWh aan zonne- en windenergie worden opgewekt in 2030. Daarmee zal 75% van onze elektriciteit vergroend zijn. Ook in onze warmtevoorziening moeten we over naar duurzame bronnen, de plannen daarvoor moeten ook landen in de RES. Deze energie-omslag voor elektriciteit en warmte is een grote opgave, waar ruimte en draagvlak voor nodig is. Belangrijke onderdelen in de RES’en zijn dan ook participatie en per RES een gezonde mix van duurzame energiebronnen.

Zijn presentatie is hier te vinden.

De Omgevingswet en haar instrumenten

Arjan Nijenhuis werkt als relatiemanager Omgevingswet voor het Ministerie van BZK. Hij presenteerde in vogelvlucht een overzicht van de Omgevingswet en de bijbehorende instrumenten, zoals de Omgevingsvisie, Omgevingsplan en Omgevingsvergunning. De Omgevingswet is op hoofdlijnen klaar en ook het invoerings- en aanvullingsspoor liggen op koers. Ook aan het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) wordt hard gewerkt. Dit alles om klaar genoeg te zijn op de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2021.

In de praktijk blijkt dat er nog ruimte is voor meer verbinding tussen de transitie naar de Omgevingswet en de maatschappelijke opgaven die tegelijkertijd spelen in Nederland, zoals de energietransitie. Dit komt nu ook samen bij de totstandkoming van de RES’en: zo is het is belangrijk dat de Omgevingsvisies en de RES’en op elkaar aansluiten. Een integrale benadering helpt bij het aan elkaar knopen van de verschillende maatschappelijke opgaven. Het instrumentarium van de Omgevingswet kan daarbij worden ingezet. De aansluiting tussen RES’en en o.a. Omgevingsvisies moet voor een groot deel plaatsvinden op de schaal waarop de plannen worden gemaakt, vaak decentraal. Daarvoor moet nog veel werk verzet worden, en moeten we sámen aan de slag.

Zijn presentatie is hier te vinden.

De lokale schaal: hoe verhouden de lokale plannen zich tot elkaar?

Amelie Veenstra houdt zich als directeur Beleid bij Holland Solar en als ‘transitiedoener’ intensief bezig met het van de grond krijgen van duurzame energieprojecten. Ze weet als geen ander hoe de verschillende regionale beleidsinstrumenten zich tot elkaar verhouden en hoe bevoegd gezag en ontwikkelaar samen tot het beste resultaat komen. Zij nam de zaal mee door de ‘banale dagelijkse werkelijkheid van de ambtenaar’ waarbij al het regionale beleid samenkomt.

Deze ambtenaar heeft niet alleen te maken met de tijdslijnen voor de RES en voor de Omgevingsvisie (waarvan het op elkaar afstemmen al een uitdaging op zich is), maar ook nog met tijdslijnen rondom andere wetstrajecten, bestuurlijke processen, verkiezingen en dan ook nog verschillende tijdslijnen op lokaal én regionaal niveau. Daarnaast is er ook een veelheid van stakeholders die invloed uit willen, kunnen en moeten oefenen waartoe de ambtenaar zich moet verhouden. Kortom: het is een complexe positie in een complexe context.

Hoe daarmee om te gaan als marktpartij? Veenstra adviseert om input voor bv de RES’en programmatisch aan te leveren, ervoor te zorgen dat je propositie past bij de lokale setting en die ‘banale’ werkelijkheid van de ambtenaar. Meedenken in hoe jouw propositie kan bijdragen aan andere beleidsdoelen (meekoppelkansen) helpt daarbij ook. En Veenstra houdt een pleidooi voor geduld: het lijkt misschien alsof de RES’en traag vorm krijgen, maar door ze zorgvuldig vorm te geven, is de kans op daarna tempo zonder haperingen een stuk groter.

Haar presentatie is hier te vinden.

Dagvoorzitter Liesbeth Schippers, advocaat en topspecialist Omgevingsrecht bij Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn, begeleidde ons door het programma en hield de sprekers scherp met verdiepende vragen.

Deelsessies

Na de lunch waren er twee workshops over de RES’en (één met de focus op het proces rondom de warmte-opgaven en één met de focus op het proces rondom hernieuwbaar op land) en een workshop over projectontwikkeling onder de Omgevingswet.

Projectontwikkeling onder de Omgevingswet

Deze workshop ging in op de vraag: hoe krijg ik mijn project van de grond onder de Omgevingswet? Daarvoor werd gekeken naar de instrumenten van de Omgevingswet, met name het omgevingsplan en de omgevingsvergunning. Aan de hand van uitleg en voorbeelden werd uitgelegd welke kansen en belemmeringen deze bieden en waar een initiatiefnemer rekening mee moet houden?

De workshops werden begeleid door Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn (Lianne Barnhoorn en Meryem Eddini) en Bosch & Van Rijn (Wouter Verweij en Robin Hoenkamp)

De presentatie van deze workshop is hier te vinden.

De RES: wie, wat, waar, wanneer en hoe?

Tijdens deze workshop bood een kijkje in de keuken van het RES-proces. Marjon Bosman en Gerrie Fenten van Het Nationaal Programma RES (NP RES) gaven toelichting op de tijdslijn van de RES-regio’s, welke plannen wanneer af moeten zijn en op welk detailniveau. Daarbij werd onderscheid gemaakt tussen het traject voor Hernieuwbaar op Land en het traject voor warmte. Ook gaven ze meer inzicht in de samenhang tussen de tijdslijn van de RES’en die van de Omgevingswet.

Vervolgens werd het stokje overgedragen aan Marco Berkhout of Jeroen Ververs en Martijn Romijn. Zij namen de deelnemers mee in het RES-proces waar zij intensief bij betrokken zijn, respectievelijk de plannen voor hernieuwbaar op land in de regio Noord-Holland-Noord & Noord-Holland-Zuid en de warmteplannen in de regio Holland Rijnland.

De presentatie van Marco Berkhout (Hernieuwbaar op Land) is hier te vinden.

De presentatie van Jeroen Ververs en Martijn Romijn (Warmte) is hier te vinden.

Deel dit artikel via LinkedIn en e-mail