Handhaving


Het motiveringsvereiste bij het handhaven van een in het handhavingsbeleid laag geprioriteerde overtreding

Het motiveringsvereiste bij het handhaven van een in het handhavingsbeleid laag geprioriteerde overtreding

De Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) heeft op 1 september 2021 een interessante uitspraak gedaan over het handhavend optreden tegen een overtreding waaraan in een handhavingsbeleid een lage prioriteit is verbonden. De Afdeling overweegt in deze uitspraak dat handhavend optreden tegen een overtreding waaraan een lage prioriteit is toegekend in een handhavingsbeleid mogelijk is, maar dat het handhavende bestuursorgaan daarbij – ondanks de beginselplicht tot handhaving – wel deugdelijk moet motiveren waarom wordt overgegaan tot handhaving. In deze blog brengen wij u op de hoogte van deze nieuwe ontwikkeling in de jurisprudentie en de verhouding met de beginselplicht tot handhaving. (meer…)

Drie dagen wachten met aanzeggen bestuursdwang maakt deze onvoldoende spoedeisend

Drie dagen wachten met aanzeggen bestuursdwang maakt deze onvoldoende spoedeisend

Eén van de bestuursrechtelijke instrumenten die een bestuursorgaan ter beschikking heeft om overtredingen van de wet te lijf te gaan, is de oplegging van een last onder bestuursdwang. Daarbij deelt het de overtreder doorgaans schriftelijk mede dat na het verstrijken van de begunstigingtermijn, waarbinnen de overtreder zelf de kans krijgt de illegale situatie op te heffen, het bestuursorgaan de benodigde maatregelen zal treffen. Indien een situatie echter zo spoedeisend is dat er geen tijd is om de overtreder zelf nog de kans te geven om de overtreding te beëindigen, kan een bestuursorgaan er op grond van artikel 5:31 lid 2 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) voor kiezen na het nemen van een besluit direct tot maatregelen over te gaan (spoedeisende bestuursdwang). Wanneer er zelfs geen tijd is eerst een besluit af te wachten, creëert artikel 5:31 lid 3 Awb de mogelijkheid zonder besluit en zonder begunstigingsstermijn zeer spoedeisende bestuursdwang toe te passen. In een uitspraak van 8 september jl. concludeert de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) dat, indien het bestuursorgaan drie dagen wacht voordat het handhavend optreedt en pas dan zeer spoedeisende bestuursdwang toepast, er kennelijk geen sprake is van een zodanige spoedeisende situatie dat toepassing van dit handhavingsinstrument gerechtvaardigd is. (meer…)

Evident onuitvoerbare herplantplicht dwarsboomt invordering verbeurde dwangsom

Evident onuitvoerbare herplantplicht dwarsboomt invordering verbeurde dwangsom

Veel gemeenten hebben in een omgevingsverordening opgenomen dat bepaalde bomen en struiken niet zonder vergunning mogen worden gekapt. Als vergunningvoorschrift kan het bevoegd gezag vervolgens opnemen dat op de kaplocatie de houtopstand moet worden hersteld. Dit heet een herplantplicht, waarmee het totale oppervlakte aan groen op peil wordt gehouden. Wanneer bomen worden gekapt zónder dat de benodigde toestemmingen zijn verleend kan het bevoegd gezag handhavend optreden door alsnog een herplantplicht op leggen. Uit een uitspraak van de Afdeling van 30 juni jl. volgt dat de gemeente daarbij wel rekening moet houden met de uitvoerbaarheid van de herplantplicht. Anders bestaat de kans dat de invordering van de verbeurde dwangsom onderuit gaat bij de bestuursrechter. (meer…)

Begunstigingstermijn illegale garage mag niet worden gekoppeld aan moment legalisering nieuwe garage

Begunstigingstermijn illegale garage mag niet worden gekoppeld aan moment legalisering nieuwe garage

De gemeente draagt zorg voor handhaving van de geldende regels. Om een overtreder te dwingen de overtreding ongedaan te maken en de oude situatie te herstellen, kan het college van burgemeester en wethouders ertoe besluiten een herstelsanctie op te leggen. Dat kan in de vorm van een last onder dwangsom of bestuursdwang. Voordat de gemeente zelf overgaat tot het beëindigen van de overtreding, wordt de overtreder in zo’n geval eerst de kans geboden zelf een einde te maken aan de onrechtmatigheid. Daarbij stelt het college altijd een begunstigingstermijn. De lengte van die termijn is afhankelijk van de overtreding en het is aan het bevoegd gezag om te beoordelen hoeveel tijd nodig is om de overtreding te stoppen. In een uitspraak van 16 juni jl. wijst de Afdeling erop dat de lengte van de begunstigingstermijn niet mag worden gekoppeld aan de verlening van een omgevingsvergunning ter legalisatie van een nieuw gebouw, in plaats van aan de tijd die nodig is om het onrechtmatig aanwezige gebouw te verwijderen. (meer…)

Evidentiecriterium kan toets aan Unierechtelijk doeltreffendheidsbeginsel doorstaan

Evidentiecriterium kan toets aan Unierechtelijk doeltreffendheidsbeginsel doorstaan

Op 20 mei jl. heeft het Hof van Justitie van de EU (hierna: het Hof) prejudiciële vragen beantwoord van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: de Afdeling) over het Nederlandse evidentiecriterium. Dit criterium houdt in dat de rechtmatigheid van een definitief geworden vergunningvoorschrift alleen kan worden aangetast, wanneer het op basis van summier onderzoek evident is dat het voorschrift niet had mogen worden gesteld, omdat het in strijd is met hoger recht (zoals Unierecht). Het Hof is van oordeel dat het doeltreffendheidsbeginsel in principe niet aan een dergelijk criterium in de weg staat. Het evidentiecriterium mag echter niet zo streng worden toegepast dat de mogelijkheid om daadwerkelijke nietigverklaring van een vergunningvoorschrift te verkrijgen in feite louter fictief wordt.

Lees meer