Grond en schade


Geen vergunningplicht bij aanleg ondergrondse elektriciteitsverbindingen

Geen vergunningplicht bij aanleg ondergrondse elektriciteitsverbindingen

De ondergrond herbergt nutsvoorzieningen zoals gasleidingen, elektriciteits- en glasvezelkabels, waterleidingen en rioolbuizen. Om pijpleidingen en kabels aan te leggen op plaatsen waar het bestemmingsplan dat niet toestaat, is in beginsel een omgevingsvergunning strijdig gebruik op grond van artikel 2.1. lid 1, onder c Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) nodig. Een recente uitspraak van de voorzieningenrechter verduidelijkt de inkadering van deze vergunningplicht waar het gaat om leidingen voor openbare (nuts)voorzieningen. De voorzieningenrechter concludeert in deze zaak dat voor ondergrondse leidingstelsels, waaronder ook elektriciteitsverbindingen, geen vergunningplicht als bedoeld in artikel 2.1 lid 1 onder a en c Wabo geldt. (meer…)

Een recht op onteigening bestaat niet

Een recht op onteigening bestaat niet

In een uitspraak van 12 mei 2020 van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden wordt (nogmaals) bevestigd dat een recht op onteigening niet bestaat. De gemeente Beverwijk is dan ook niet verplicht tot onteigening over te gaan. De grondeigenaar mag haar perceel zelfstandig ontwikkelen of verkopen. Verder gaat het Hof in op de criteria voor beëindiging van de pachtovereenkomst die wij hier onbesproken laten. (meer…)

Gravende partij aansprakelijk voor schade aan kabel die daar volgens tekening niet had moeten liggen

Gravende partij aansprakelijk voor schade aan kabel die daar volgens tekening niet had moeten liggen

In Nederland ligt er ruim 1,7 miljoen kilometer aan kabels en leidingen onder de grond. De kans dat er bij graafwerkzaamheden een kabel of leiding wordt geraakt, is dan ook aanzienlijk. Daarbij doet zich de vraag voor wie aansprakelijk is voor de schade die hierdoor ontstaat. Draait een partij die graafwerkzaamheden uitvoert op voor de schade aan een kabel, die daar volgens de tekening van de netbeheerder niet zou moeten liggen? Ja, zo bepaalde de rechtbank Noord-Holland in een recente uitspraak. Een gravende partij mag niet blindelings vertrouwen op de aan hem verstrekte tekeningen, maar dient naar de precieze ligging van kabels in de ondergrond zelf onderzoek te doen. (meer…)

Verjaringstermijn voor planschade vangt aan de dag na het onherroepelijk worden van het schadeveroorzakende besluit

Verjaringstermijn voor planschade vangt aan de dag na het onherroepelijk worden van het schadeveroorzakende besluit

De uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) van 18 maart 2020 gaat over de uitleg van artikel 6.1, vierde lid, van de Wet ruimtelijke ordening. De Afdeling buigt zich concreet over de vraag op welke dag de verjaringstermijn van vijf jaar uit artikel 6.1, vierde lid, van de Wro aanvangt. Uit de memorie van toelichting bij de Wro blijkt dat de verjaringstermijn in artikel 6.1, vierde lid, van de Wro is gebaseerd op artikel 3:310 van het Burgerlijk Wetboek (BW). Uit de totstandkomingsgeschiedenis van artikel 6.1, vierde lid, van de Wro valt niet af te leiden dat een andere aanvang van de verjaringstermijn is beoogd dan in artikel 3:310 BW. De vijfjaarstermijn in planschadezaken vangt dan ook aan de dag na het onherroepelijk worden van het schadeveroorzakende besluit. (meer…)