Grond en schade


Verjaringstermijn voor planschade vangt aan de dag na het onherroepelijk worden van het schadeveroorzakende besluit

Verjaringstermijn voor planschade vangt aan de dag na het onherroepelijk worden van het schadeveroorzakende besluit

De uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) van 18 maart 2020 gaat over de uitleg van artikel 6.1, vierde lid, van de Wet ruimtelijke ordening. De Afdeling buigt zich concreet over de vraag op welke dag de verjaringstermijn van vijf jaar uit artikel 6.1, vierde lid, van de Wro aanvangt. Uit de memorie van toelichting bij de Wro blijkt dat de verjaringstermijn in artikel 6.1, vierde lid, van de Wro is gebaseerd op artikel 3:310 van het Burgerlijk Wetboek (BW). Uit de totstandkomingsgeschiedenis van artikel 6.1, vierde lid, van de Wro valt niet af te leiden dat een andere aanvang van de verjaringstermijn is beoogd dan in artikel 3:310 BW. De vijfjaarstermijn in planschadezaken vangt dan ook aan de dag na het onherroepelijk worden van het schadeveroorzakende besluit. (meer…)

Inkomensschade van zegenvisserijbedrijf door wettelijke beperking van schubvisrechten valt volledig onder normaal maatschappelijk risico

Inkomensschade van zegenvisserijbedrijf door wettelijke beperking van schubvisrechten valt volledig onder normaal maatschappelijk risico

Met een groeiende wereldbevolking en welvaart neemt de druk op natuurlijke hulpbronnen razendsnel toe. Daarbij gaat het niet alleen om water, land voor het verbouwen van voedsel of grondstoffen als olie, kolen en gas, maar ook om dierlijke producten en eiwitten. Dat maakt dat de overheid in situaties waarin bijvoorbeeld visbestanden een sterke achteruitgang laten zien, maatregelen neemt om verdere neergang te voorkomen. Een uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) van 17 juli 2019 maakt duidelijk dat de inkomensschade van een zegenvisserijbedrijf door een wettelijke beperking van schubvisrechten volledig onder het normaal maatschappelijk risico valt, zodat geen recht op nadeelcompensatie bestaat. (meer…)

Voorstel tot wijziging van de Awb: aanpassing bijzondere nadeelcompensatie

Voorstel tot wijziging van de Awb: aanpassing bijzondere nadeelcompensatie

Met het op handen zijnde nieuwe omgevingsrecht en de codificatie en harmonisatie van het nadeelcompensatierecht, acht minister Dekker (Rechtsbescherming) verschillende moderniseringen van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) nodig. Op 10 juli jl. diende hij daartoe een wetsvoorstel in bij de Tweede Kamer. Allereerst introduceert dit voorstel een nieuwe regeling voor de gecoördineerde behandeling van samenhangende besluiten. Lees daarover ons eerder verschenen blog. In een tweede blog bespraken we de beoogde mogelijkheid voor toezichthouders om bij overtreding van de medewerkingsplicht bestuurlijk te handhaven door middel van een last onder bestuursdwang. In dit blog leest u meer over het derde aandachtspunt: de aanpassing of intrekking van bijzondere nadeelcompensatieregelingen. (meer…)

Causaal verband en toerekenbaarheid bij de rechtmatige overheidsdaad

Causaal verband en toerekenbaarheid bij de rechtmatige overheidsdaad

Artikel 22 van de Tracéwet bepaalt dat schade die een belanghebbende lijdt ten gevolge van een tracébesluit, voor vergoeding in aanmerking komt. Deze vergoeding is een vorm van nadeelcompensatie. Het is meestal evident of schade een gevolg is van een tracébesluit: de waardedaling van een woning omdat opeens in de buurt van de woning een weg wordt geprojecteerd is het logische voorbeeld. Het wordt ingewikkelder wanneer een tracébesluit weliswaar een noodzakelijke voorwaarde is voor bepaalde schade, maar deze schade zich alleen voordoet als ook een aantal andere gebeurtenissen plaatsvinden. Is de schade dan nog wel toerekenbaar aan het bestuursorgaan dat het tracébesluit neemt? Dit causaliteitsvraagstuk speelde recentelijk bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) in een uitspraak van 26 juni 2019. (meer…)

Berekening geleden inkomensschade bij nadeelcompensatie: hoe ook alweer?

Berekening geleden inkomensschade bij nadeelcompensatie: hoe ook alweer?

Een ondernemer kan onevenredig getroffen worden door een rechtmatige overheidsmaatregel. Bijvoorbeeld in een situatie waar kerstactiviteiten georganiseerd op het water voor veel mensen de nodige gezelligheid met zich brengen, maar voor de eigenaar van een rederij vooral omzetschade en winstderving betekenen. Wanneer dergelijke schade ook boven het normale maatschappelijke risico uitgaat, kan dat een grond zijn voor toekenning van nadeelcompensatie. Hoe geleden inkomensschade bij nadeelcompensatie ook alweer berekend moet worden, verheldert een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) van 10 april 2019. (meer…)