Milieu


Update: hoe staat de houdbaarheid van artikel 6:13 Awb in milieuzaken ervoor?

Update: hoe staat de houdbaarheid van artikel 6:13 Awb in milieuzaken ervoor?

In een recente blogpost wezen wij al op de conclusie van Advocaat-Generaal Bobek naar aanleiding van prejudiciële vragen over het toepassen van het Nederlandse artikel 6:13 Awb. In deze conclusie beargumenteert Bobek dat het artikel, waarmee het indienen van een zienswijze tijdens de bestuurlijke voorprocedure als voorwaarde wordt gesteld voor toegang tot de bestuursrechter, in milieuzaken niet langer houdbaar is met het oog op Europees recht, met name het Verdrag van Aarhus. Dat bepaalt waar het gaat om milieuaangelegenheden immers dat “leden van het betrokken publiek die een voldoende belang hebben dan wel stellen dat inbreuk is gemaakt op een recht” toegang tot een rechterlijke instantie zouden moeten hebben. Daarnaast is het recht op toegang tot een rechter in richtlijn 2011/92 en richtlijn 2010/75 vastgelegd. Hoewel de uitspraak van het Hof voorlopig nog op zich laat wachten heeft de conclusie van A-G Bobek toch al effect op de Nederlandse rechtspraktijk, zo blijkt uit een recente uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling. (meer…)

Geen zienswijze ingediend, geen toegang tot de bestuursrechter? Wellicht gaat dit voor milieuzaken straks niet meer op

Geen zienswijze ingediend, geen toegang tot de bestuursrechter? Wellicht gaat dit voor milieuzaken straks niet meer op

Als belanghebbende alleen toegang tot de bestuursrechter wanneer tijdens de uniforme openbare voorbereidingsprocedure een zienswijze is ingediend? In de Nederlandse rechtspraktijk wordt naar dit in artikel 6:13 Awb opgenomen toegangscriterium niet vreemd opgekeken. Het Verdrag van Aarhus – waarin het recht op toegang tot een rechter in milieuaangelegenheden is vastgelegd – zou hier daarentegen wel eens een stokje voor kunnen steken. Een twijfelende Limburgse rechter besloot deze kwestie dan ook voor te leggen aan het Hof van Justitie van de Europese Unie. In een recente conclusie neemt Advocaat-Generaal Bobek het Nederlandse systeem waarin toegang tot de bestuursrechter voor belanghebbenden afhankelijk wordt gesteld van het vooraf indienen van een zienswijze grondig onder de loep. (meer…)

Bodemverontreiniging door drugsgerelateerde stoffen en het overtredersbegrip van artikel 13 Wbb

Bodemverontreiniging door drugsgerelateerde stoffen en het overtredersbegrip van artikel 13 Wbb

Om iemand aan te kunnen merken als overtreder van artikel 13 Wet bodembescherming (Wbb) is vereist dat diegene handelingen als bedoeld in de artikelen 6 tot en met 11 Wbb heeft verricht. Dit geldt ook als diegene niet zelf de bedoelde handelingen heeft verricht, maar die wel aan hem kunnen worden toegerekend, omdat deze bijvoorbeeld voor hem, ten behoeve van hem, of onder zijn verantwoordelijkheid zijn verricht. Dit uitgangspunt ten aanzien van de reikwijdte van de zorgplicht van artikel 13 Wbb wordt weer eens duidelijk in een uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling van 10 augustus 2020. In deze zaak speelde een bodemverontreiniging als gevolg van drugsgerelateerde stoffen. (meer…)

Prioriteiten stellen in handhavingsbeleid mag, op basis daarvan geheel van handhaving afzien niet

Prioriteiten stellen in handhavingsbeleid mag, op basis daarvan geheel van handhaving afzien niet

Het door bestuursorganen opstellen van handhavingsbeleid is vaak van praktisch nut. Zeker nu de handhavingscapaciteit niet eindeloos is, maar de beginselplicht tot handhaving tegelijkertijd vraagt om bij geconstateerde overtredingen tot actie over te gaan. Bijvoorbeeld waar het gaat om illegale bouwwerken op een recreatiepark. Het is dan ook toegestaan om in het beleid een prioritering aan te brengen naar categorieën waarbij meer, dan wel minder zal worden gehandhaafd. In een uitspraak van 16 juni 2020 zet de Afdeling weer eens uiteen hoe bestuursorganen in hun handhavingsbeleid prioriteiten kunnen stellen. (meer…)

Alleen in last onder bestuursdwang vermelde asbestbronnen kunnen bij overtreder in rekening worden gebracht

Alleen in last onder bestuursdwang vermelde asbestbronnen kunnen bij overtreder in rekening worden gebracht

Sinds 1994 is het verboden om asbestbevattend materiaal te gebruiken, maar desondanks komt asbest nog steeds in onze omgeving voor. Met het oog op de bescherming van de volksgezondheid neemt de gemeente in veel gevallen de taak op zich de eigenaar van het betreffende perceel ertoe aan te zetten de resten te verwijderen, of ruimt de asbestresten uiteindelijk zelf op. Voor het verhaal van de daarbij gemaakte kosten − die hoog op kunnen lopen − richt de gemeente zich op de eigenaar van het perceel. Aan een kostenverhaalsbeschikking of invorderingsbeschikking moet een deugdelijke en controleerbare vaststelling van relevante feiten en omstandigheden ten grondslag liggen. Daarbij moet een en ander ook op schrift zijn gesteld. Slechts de kosten van de saneringswerkzaamheden die gerelateerd zijn aan de asbestbronnen die in het controlerapport zijn vermeld kunnen bij de overtreder in rekening gebracht worden, aldus de Afdeling in een uitspraak van 17 juni 2020. (meer…)