Bodem


Is een mede-eigenaar van een perceel en van de daarop aanwezige inrichting mede-overtreder van artikel 13 Wbb?

Is een mede-eigenaar van een perceel en van de daarop aanwezige inrichting mede-overtreder van artikel 13 Wbb?

Om iemand aan te kunnen merken als overtreder van artikel 13 Wet bodembescherming (Wbb) is vereist dat diegene handelingen als bedoeld in de artikelen 6 tot en met 11 Wbb heeft verricht. Dit geldt ook als diegene niet zelf de bedoelde handelingen heeft verricht, maar die wel aan hem kunnen worden toegerekend, omdat deze bijvoorbeeld voor hem, ten behoeve van hem, of onder zijn verantwoordelijkheid zijn verricht. Op 4 november 2020 heeft de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) een interessante uitspraak gewezen over het overtrederschap van zorgplichtbepalingen, waaronder artikel 13 Wbb. (meer…)

Het niet ongedaan maken van verontreiniging als gevolg van toepassing TGG is een overtreding van artikel 13 Wbb

Het niet ongedaan maken van verontreiniging als gevolg van toepassing TGG is een overtreding van artikel 13 Wbb

Artikel 13 Wbb kent de verplichting om de gevolgen van een verontreiniging van de bodem zoveel mogelijk te voorkomen, beperken en ongedaan te maken. In een uitspraak de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) van 29 april 2020 deed zich onder meer de vraag voor of artikel 13 Wbb is overtreden door het niet voorkomen dan wel beperken en ongedaan maken van een bodemverontreiniging die is ontstaan als gevolg van het toepassen van thermisch gereinigde grond (TGG) in een dijk. (meer…)

BUS-sanering en vermeende overtreding van artikel 16 en 18 Besluit bodemkwaliteit

BUS-sanering en vermeende overtreding van artikel 16 en 18 Besluit bodemkwaliteit

In een uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) van 22 april 2020, ligt de vraag voor of er reden is een last onder dwangsom wegens het voorkomen van herhaling van overtreding van de artikelen 16 en 18 van het Besluit bodemkwaliteit (Bbk) te schorsen tot zes weken na de bekendmaking van het besluit op bezwaar. (meer…)

Verspreiding historische verontreiniging: zorgplicht van toepassing?

Verspreiding historische verontreiniging: zorgplicht van toepassing?

In de Wet bodembescherming is in artikel 13 de zorgplicht neergelegd. In het geval er een bodemverontreiniging optreedt, verplicht dit artikel tot het nemen van alle maatregelen die redelijkerwijs kunnen worden gevergd om de verontreiniging zoveel mogelijk ongedaan te maken. In een uitspraak van 4 maart jl. deed zich de vraag voor of sprake was van een nieuw geval van bodemverontreiniging waarop de zorgplicht wel, of een historische bodemverontreiniging waarop de zorgplicht niet van toepassing is. (meer…)

Beoordeling spoedeisendheid bodemsanering: het feitelijke huidige of voorgenomen gebruik telt!

Beoordeling spoedeisendheid bodemsanering: het feitelijke huidige of voorgenomen gebruik telt!

Wanneer er sprake is van een geval van ernstige verontreiniging, stelt het bevoegd gezag op basis van de Wet bodembescherming tevens vast of het huidige dan wel voorgenomen gebruik van de bodem of de mogelijke verspreiding van de verontreiniging leiden tot zodanige risico’s voor mens, plant of dier dat spoedige sanering noodzakelijk is. Voor de beoordeling of er sprake is van onaanvaardbare risico’s voor het ecosysteem is onder meer het gebiedstype van belang. Dat bij de bepaling van een gebiedstype moet worden gekeken naar het feitelijke huidige dan wel voorgenomen gebruik, blijkt uit een uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) van 1 mei 2019. (meer…)