Alle berichten van: Sara van Winzum


Afdeling oordeelt: inspraak bij natuurvergunningen voortaan verplicht

Afdeling oordeelt: inspraak bij natuurvergunningen voortaan verplicht

Het Verdrag van Aarhus waarborgt het recht van burgers op milieu-informatie, inspraak bij de besluitvorming over milieuaangelegenheden en toegang tot de rechter waar het gaat om milieuzaken. Op 14 juli jl. oordeelde de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) dat de minister van Landbouw, Natuur en Visserij (LNV) en provinciebesturen verplicht inspraak moeten bieden voordat ze kunnen beslissen op een aanvraag voor een natuurvergunning. Verschillende overheden bieden op dit moment al inspraak, maar dit zou niet meer slechts vrijblijvend moeten zijn nu de verplichting daartoe volgens de Afdeling voortvloeit uit artikel 6 lid 3 van de Habitatrichtlijn in samenhang met artikel 6 lid 4 van het Verdrag van Aarhus. Aan die verplichte inspraak kan worden voldaan door het volgen van de uniforme openbare voorbereidingsprocedure waarbij belanghebbenden hun zienswijzen kunnen indienen tegen een ter inzage gelegd ontwerpbesluit. Ook kan het bevoegd gezag ervoor kiezen aan eenieder de mogelijkheid te geven een zienswijze in te dienen. (meer…)

Ook toets aan vrijstellingsvoorwaarden bij de beoordeling van een faunabeheerplan

Ook toets aan vrijstellingsvoorwaarden bij de beoordeling van een faunabeheerplan

Grondgebruikers mogen schadeveroorzakende dieren op grond van artikel 3.12 van de Wet natuurbescherming (Wnb) pas bestrijden wanneer hiervoor een basis is in een faunabeheerplan. Een faunabeheerplan gaat daarom vaak in op de noodzaak van en de voorwaarden waaronder dit mag plaatsvinden. Op 7 april 2021 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) een interessante uitspraak gedaan over de vraag welke aspecten Gedeputeerde Staten in zo’n geval moeten betrekken bij de vraag of het faunabeheerplan kan worden goedgekeurd. (meer…)

Coördinatie onder de Omgevingswet: wanneer en hoe?

Coördinatie onder de Omgevingswet: wanneer en hoe?

Voor de realisatie van een project zijn vaak meerdere besluiten nodig. In zulke gevallen kan ervoor worden gekozen de benodigde besluiten te coördineren. Dit zorgt voor een gestroomlijnde procedure, waarin de verschillende aanvragen zoveel mogelijk gelijktijdig worden behandeld en er zoveel mogelijk gelijktijdig op wordt beslist. Zo is er de gemeentelijke, provinciale en rijkscoördinatieregeling uit de Wet op de ruimtelijke ordening (Wro), de coördinatieregeling uit de Waterwet en de coördinatieregeling uit de Tracéwet. Onder de Omgevingswet verdwijnen bijna alle bestaande coördinatieregelingen. Er blijft er slechts één over: de coördinatieregeling uit afdeling 3.5 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Een coördinatieregeling die al sinds enige tijd bestaat, maar in de praktijk niet zo populair is. In het zevende deel van deze blogreeks staan wij stil bij deze coördinatieregeling. Wij bespreken wanneer de coördinatieregeling onder de Omgevingswet van toepassing is en wat deze inhoudt. (meer…)

Ook een toezegging onder voorbehoud kan gerechtvaardigd vertrouwen opleveren

Ook een toezegging onder voorbehoud kan gerechtvaardigd vertrouwen opleveren

Sinds de conclusie van advocaat-generaal Wattel van 20 maart 2019 is de invulling van het vertrouwensbeginsel bijgestuurd. Het burgerperspectief staat meer centraal. Maar wat betekent dit concreet? In dit blogbericht bespreken wij de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) van 7 oktober 2020, waaruit blijkt dat ook een toezegging onder voorbehoud gerechtvaardigd vertrouwen kan opleveren. (meer…)

Verspreiding historische verontreiniging: zorgplicht van toepassing?

Verspreiding historische verontreiniging: zorgplicht van toepassing?

In de Wet bodembescherming is in artikel 13 de zorgplicht neergelegd. In het geval er een bodemverontreiniging optreedt, verplicht dit artikel tot het nemen van alle maatregelen die redelijkerwijs kunnen worden gevergd om de verontreiniging zoveel mogelijk ongedaan te maken. In een uitspraak van 4 maart jl. deed zich de vraag voor of sprake was van een nieuw geval van bodemverontreiniging waarop de zorgplicht wel, of een historische bodemverontreiniging waarop de zorgplicht niet van toepassing is. (meer…)