Archief van: juni 2021


Ook bij watervergunningen is de aanvrager geen belanghebbende wanneer aannemelijk is dat project niet kan worden verwezenlijkt

Ook bij watervergunningen is de aanvrager geen belanghebbende wanneer aannemelijk is dat project niet kan worden verwezenlijkt

Een verzoeker om een vergunning wordt in beginsel verondersteld belanghebbende te zijn bij een beslissing op zijn aanvraag, tenzij aannemelijk is dat de activiteit waarvoor een vergunning is aangevraagd niet kan worden verwezenlijkt. Dan kan de verzoeker niet als belanghebbende worden aangemerkt en is het verzoek geen aanvraag. Een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) van 26 mei jl. maakt duidelijk dat dit uitgangspunt ook voor vergunningen op grond van de Waterwet geldt. (meer…)

Toepassing spoedeisende bestuursdwang na asbestbrand. Eigenaar bereid en in staat zelf te saneren, spoedbestuursdwang onterecht

Toepassing spoedeisende bestuursdwang na asbestbrand. Eigenaar bereid en in staat zelf te saneren, spoedbestuursdwang onterecht

Voordat het bevoegd gezag tot bestuursdwang overgaat wordt de overtreder doorgaans eerst zelf de kans geboden de overtreding ongedaan te maken en de onrechtmatige situatie te herstellen door middel van een oplegging van een last onder dwangsom of bestuursdwang. In het geval van een ernstige milieuverontreiniging is het echter vaak noodzakelijk de overtreding zo snel mogelijk te beëindigen om de milieugevolgen tot een minimum te beperken. De Algemene wet bestuursrecht (Awb) biedt het bevoegd gezag daarvoor de mogelijkheid van spoedeisende bestuursdwang (artikel 5:31 lid 1 Awb), of zelfs zeer spoedeisende bestuursdwang (artikel 5:31 lid 2 Awb). In het laatste geval kan het bestuursorgaan direct handelen zonder het handhavingsbesluit eerst op schrift te stellen. Op 2 juni jl. wees de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) een interessante uitspraak over het toepassen van zeer spoedeisende bestuursdwang. (meer…)

Milieulasten bij faillissement zijn boedelschulden. Uitkomst proefprocedure DCMR

Milieulasten bij faillissement zijn boedelschulden. Uitkomst proefprocedure DCMR

Het komt voor dat ondernemingen op het moment van faillissement een aanzienlijke hoeveelheid (potentieel) verontreinigende en milieugevaarlijke stoffen achterlaten. Naast een milieulast brengt dit vaak ook financiële lasten met zich. De vraag die rijst is wat hierin van de curator, die vaak maar beperkte financiële middelen tot zijn beschikking heeft, mag worden verwacht. DCMR Milieudienst Rijnmond (DCMR) wordt regelmatig geconfronteerd met curatoren die weigeren uitvoering te geven aan bestuursrechtelijke lasten. Op voorstel van twee advocaten van Pels Rijcken is daarom een proefprocedure gestart met als doel duidelijkheid te krijgen over de kwalificatie van geldschulden die voortvloeien uit de niet-naleving van milieuwetgeving. Op 4 juni jl. wees de Hoge Raad in dat kader een prejudiciële beslissing. (meer…)