Archief van: april 2020


Illegale permanente bewoning recreatiewoningen: handhaving tijdelijk on hold

Illegale permanente bewoning recreatiewoningen: handhaving tijdelijk on hold

De vele vakantieparken die ons land rijk is, worden niet uitsluitend voor recreatie gebruikt. Een groot aantal recreatiewoningen op deze parken wordt namelijk permanent bewoond door diverse groepen mensen die om uiteenlopende redenen geen onderdak op de reguliere woningmarkt kunnen vinden. Op recreatiewoningen rust echter doorgaans een recreatieve bestemming. Permanente bewoning is in dat geval op grond van het bestemmingsplan niet toegestaan. De komende tijd bespreken wij in een blogreeks recente (handhavings)jurisprudentie op dit gebied. Maar voordat we ingaan op hoe gemeenten in ‘normale’ tijden zouden moeten omgaan met deze kwesties, starten we met de meest actuele stand van zaken. In corona-tijd roept de minister voor Milieu en Wonen gemeenten en veiligheidsregio’s namelijk op om met ‘menselijke maat’ te handhaven op permanente bewoning van recreatiewoningen. Ten tijde van de coronacrisis moet voorkomen worden dat mensen door handhaving op straat terechtkomen, aldus de minister. (meer…)

Dienstenrichtlijn: Schijndel en Maastricht doorstaan de Dienstenrichtlijntoets

Dienstenrichtlijn: Schijndel en Maastricht doorstaan de Dienstenrichtlijntoets

Bij uitspraken van 1 april jl. heeft de Afdeling zich uitgelaten over de nadere motivering van de raden van Meierijstad (kern Schijndel) en Maastricht om brancheringsregels in bestemmingsplannen de toets aan de Dienstenrichtlijn te laten doorstaan. Bij afzonderlijke tussenuitspraken van 19 december 2018 had de Afdeling geoordeeld dat onvoldoende was gemotiveerd dat de bestemmingsplannen de toets aan de Dienstenrichtlijn konden doorstaan. In beide zaken werd met een bestuurlijke lus de mogelijkheid geboden om de motivering aan te vullen.

(meer…)

Verjaringstermijn voor planschade vangt aan de dag na het onherroepelijk worden van het schadeveroorzakende besluit

Verjaringstermijn voor planschade vangt aan de dag na het onherroepelijk worden van het schadeveroorzakende besluit

De uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) van 18 maart 2020 gaat over de uitleg van artikel 6.1, vierde lid, van de Wet ruimtelijke ordening. De Afdeling buigt zich concreet over de vraag op welke dag de verjaringstermijn van vijf jaar uit artikel 6.1, vierde lid, van de Wro aanvangt. Uit de memorie van toelichting bij de Wro blijkt dat de verjaringstermijn in artikel 6.1, vierde lid, van de Wro is gebaseerd op artikel 3:310 van het Burgerlijk Wetboek (BW). Uit de totstandkomingsgeschiedenis van artikel 6.1, vierde lid, van de Wro valt niet af te leiden dat een andere aanvang van de verjaringstermijn is beoogd dan in artikel 3:310 BW. De vijfjaarstermijn in planschadezaken vangt dan ook aan de dag na het onherroepelijk worden van het schadeveroorzakende besluit. (meer…)

Mobility as a Service: reden voor korting op parkeernormen?

Mobility as a Service: reden voor korting op parkeernormen?

Mobility as a Service (MaaS) is de laatste jaren sterk in ontwikkeling. Te denken valt aan Felyx Scooters, Greenwheels deelauto’s en Swapfiets abonnementen. De groei in MaaS brengt ook de nodige juridische vraagstukken met zich mee, bijvoorbeeld ten aanzien van de verhouding tussen MaaS en parkeernormen. Interessant is in dit kader de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 28 februari 2020, waaruit volgt dat het gebruik van MaaS in bepaalde gevallen kan leiden tot een korting op de parkeereis.

(meer…)

Een kruimelgevalvergunning voor een gebruikswijziging: niet voor nieuwbouw

Een kruimelgevalvergunning voor een gebruikswijziging: niet voor nieuwbouw

De verbouw of nieuwbouw van een bedrijfspand moet voldoen aan de bouwtechnische voorschriften die het Bouwbesluit 2012 stelt. Ook moet het bedrijfspand voldoen aan de gebruiksregels die de gemeenteraad heeft vastgesteld voor de op het perceel rustende bestemming. Wanneer in afwijking van het bestemmingsplan het gebruik van een bestaand bouwwerk wordt gewijzigd, biedt de zogenaamde kruimelgevallenregeling uitkomst. Met de kruimellijst uit artikel 4, negende lid, van bijlage II in het Besluit omgevingsrecht kan een omgevingsvergunning planologisch strijdig gebruik worden verleend met de snelle(re) reguliere procedure, in plaats van de (langere) uitgebreide openbare voorbereidingsprocedure. Uit een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) van 4 februari 2020 volgt dat een met een bestemmingsplan strijdige gebruikswijziging niet via het kruimelgeval mag worden vergund wanneer op een perceel een gebouw wordt gesloopt en vervolgens een nieuw gebouw wordt gerealiseerd. (meer…)