Archief van: maart 2020


Verspreiding historische verontreiniging: zorgplicht van toepassing?

Verspreiding historische verontreiniging: zorgplicht van toepassing?

In de Wet bodembescherming is in artikel 13 de zorgplicht neergelegd. In het geval er een bodemverontreiniging optreedt, verplicht dit artikel tot het nemen van alle maatregelen die redelijkerwijs kunnen worden gevergd om de verontreiniging zoveel mogelijk ongedaan te maken. In een uitspraak van 4 maart jl. deed zich de vraag voor of sprake was van een nieuw geval van bodemverontreiniging waarop de zorgplicht wel, of een historische bodemverontreiniging waarop de zorgplicht niet van toepassing is. (meer…)

Regulering van het geluid van kerkklokken. Niet strikter dan de normen uit het Activiteitenbesluit

Regulering van het geluid van kerkklokken. Niet strikter dan de normen uit het Activiteitenbesluit

In vrijwel elke Nederlandse gemeente is regelmatig klokgelui te horen. Kerkklokken kunnen niet alleen luiden vanwege het aanduiden van halve of hele uren, maar ook ter gelegenheid van kerkelijke plechtigheden of vanwege het oproepen van kerkgangers. Kerkklokgelui is weliswaar grondrechtelijk beschermd, maar kan voor omwonenden ook een bron van hinder vormen. In een uitspraak van 30 januari 2020 boog de rechtbank Zeeland-West-Brabant zich over de vraag of klokgelui van een nieuw te bouwen kerk via een aan een omgevingsvergunning verbonden voorschrift kon worden ingeperkt. (meer…)

Milieuovertreding door failliet bedrijf? Curator niet in persoon aansprakelijk voor kosten uitvoering bestuursdwang

Milieuovertreding door failliet bedrijf? Curator niet in persoon aansprakelijk voor kosten uitvoering bestuursdwang

Bedrijven kunnen milieuovertredingen begaan. Een faillissement van een dergelijk bedrijf betekent uiteraard niet altijd dat er vanwege het faillissement aan die overtreding een einde komt. Wanneer de overheid besluit om ter bescherming van onder meer het milieu tot handhaving over te gaan en een last onder bestuursdwang op te leggen aan de curator, rijst de vraag wie de kosten van de uitvoering van de bestuursdwang moet betalen indien de curator besluit geen uitvoering te geven aan de last en de overheid dit doet. Wat mag, gegeven de veelal na faillissement aanwezige beperkte financiële middelen, van de curator worden verwacht? En wanneer een curator als beheerder van de boedel onvoldoende maatregelen neemt, is deze dan (ook) in persoon aansprakelijk? Hierover schept de Afdeling duidelijkheid in een uitspraak van 26 februari 2020. (meer…)

VTH-taken bij Brzo-inrichtingen. De onderlinge relatie tussen bevoegd gezag en uitvoerende dienst

VTH-taken bij Brzo-inrichtingen. De onderlinge relatie tussen bevoegd gezag en uitvoerende dienst

Edward Brans en Katrien Winterink hebben een artikel gepubliceerd in het Tijdschrift voor Toezicht: “VTH-taken bij Brzo-inrichtingen. De onderlinge relatie tussen bevoegd gezag en uitvoerende dienst”.

Een incident binnen een inrichting waarin gevaarlijke stoffen aanwezig zijn kan verstrekkende gevolgen hebben voor de omgeving. Denk aan de brand bij Chemie-Pack in het haven- en industriegebied Moerdijk, waarbij grote hoeveelheden chemicaliën leidde tot aanzienlijke milieuverontreiniging en gezondheidsklachten bij hulpverleners, inwoners en werknemers. De meest risicovolle bedrijven van Nederland zijn daarom onderworpen aan een streng veiligheidsregime dat is neergelegd in het Besluit risico’s zware ongevallen 2015. Gedeputeerde Staten zijn het bevoegd gezag voor deze Brzo-inrichtingen. De vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH-taken) voor deze Brzo-inrichtingen worden uitgevoerd door gespecialiseerde omgevingsdiensten. Het uitvoeren van deze taken gaat onvermijdelijk gepaard met fouten die kunnen leiden tot schade bij derden. Hebben het bevoegd gezag en de uitvoerende omgevingsdienst (afdoende) afspraken gemaakt over de onderlinge aansprakelijkheid in geval van schade bij derden als gevolg van de uitvoering van deze VHT-taken?

Het artikel is te verkrijgen via de volgende link. Wilt u meer weten? Neem dan vooral contact op met Edward Brans (edward.brans@pelsrijcken.nl) of Katrien Winterink (katrien.winterink@pelsrijcken.nl).

EVOA heeft geen directe horizontale werking

EVOA heeft geen directe horizontale werking

Wanneer een EU-lidstaat afvalstoffen binnen Europa wil vervoeren, naar andere delen van de wereld wil overbrengen of vanuit andere werelddelen naar de EU wil halen, gelden er Europese voorschriften voor het vervoer van afval. Deze zijn neergelegd in de Europese Verordening Overbrenging Afvalstoffen (EVOA). Hierin zijn procedures en controleregelingen geregeld, met als hoofddoel de bescherming van het milieu. Een uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Midden-Nederland van 24 januari 2020 maakt nog eens duidelijk dat wanneer een bedrijf een beroep wil doen op normen uit de EVOA, deze bepalingen geen horizontale werking kennen tussen particulieren onderling. Bovendien kan bij het schenden van verplichtingen uit de EVOA pas sprake zijn van een onrechtmatige daad als er een voldoende verband bestaat tussen het geschonden belang en het doel van de EVOA, namelijk de bescherming van het milieu. (meer…)