Archief van: september 2020


Interieur van niet als monument aangewezen pand mag worden gewijzigd

Interieur van niet als monument aangewezen pand mag worden gewijzigd

Wanneer een pand als monument is aangewezen, omvat de bescherming van het monument de gehele onroerende zaak. Daaronder valt dan bijvoorbeeld ook het interieur. Dit om de historische verhalen die daarin schuil gaan te kunnen blijven behouden. Een uitspraak van de Afdeling van 5 augustus 2020 maakt duidelijk dat het interieur van panden die niet zo’n monumentenstatus hebben een dergelijke bescherming niet toekomen. Een verwijzing naar de bescherming van het stadsgezicht waar de panden deel van uitmaken gaat ook niet op, nu een interieurverandering immers niets wijzigt aan het buitenaanzicht van de gevels. (meer…)

Bij vergunning voor dakterras onderscheid maken tussen een studentenwoning of een gezinswoning. Ruimtelijk relevant of discriminatie?

Bij vergunning voor dakterras onderscheid maken tussen een studentenwoning of een gezinswoning. Ruimtelijk relevant of discriminatie?

Maastricht is een van de kleinere studentensteden die Nederland kent en telt ongeveer 22.000 studenten, waarvan er zo’n 17.000 op kamers wonen. Ook al is het een relatief kleine studentenstad, ook hier lopen de levens van studenten andere bewoners niet altijd met elkaar in de pas. En dat kan tot frictie leiden. Zo ook in deze zaak. Een studentenhuis midden in de binnenstad vroeg voor het gebruik van hun dakterras een vergunning aan, die het college van burgemeester en wethouders van Maastricht verleende. Omwonenden betoogden echter dat de aanwezigheid van een dakterras bij studenten al snel gepaard gaat met geluidsoverlast tot in de kleine uurtjes. Het college van burgemeester en wethouders heeft volgens hen bij het verlenen van de vergunning niet meegenomen dat het hier om een studentenwoning gaat. Had het college dit moeten doen, of is dit juist discriminerend? (meer…)

Overtreding door verhuur recreatiewoning aan arbeidsmigranten: één controle voldoende basis voor oplegging last onder dwangsom

Overtreding door verhuur recreatiewoning aan arbeidsmigranten: één controle voldoende basis voor oplegging last onder dwangsom

Wanneer een recreatiewoning wordt gebruikt voor de tijdelijke bewoning of huisvesting van (buitenlandse) werknemers en dit in strijd is met het bestemmingsplan, kan één controle door de gemeente kennelijk voldoende zijn om gerechtvaardigd te kunnen handhaven. Zo bepaalt de Afdeling in een uitspraak van 12 augustus 2020. In deze zaak was het niet nodig dat de juistheid van een door de bewoner afgelegde verklaring door de gemeente met feiten werd geverifieerd. (meer…)

Geen zienswijze ingediend, geen toegang tot de bestuursrechter? Wellicht gaat dit voor milieuzaken straks niet meer op

Geen zienswijze ingediend, geen toegang tot de bestuursrechter? Wellicht gaat dit voor milieuzaken straks niet meer op

Als belanghebbende alleen toegang tot de bestuursrechter wanneer tijdens de uniforme openbare voorbereidingsprocedure een zienswijze is ingediend? In de Nederlandse rechtspraktijk wordt naar dit in artikel 6:13 Awb opgenomen toegangscriterium niet vreemd opgekeken. Het Verdrag van Aarhus – waarin het recht op toegang tot een rechter in milieuaangelegenheden is vastgelegd – zou hier daarentegen wel eens een stokje voor kunnen steken. Een twijfelende Limburgse rechter besloot deze kwestie dan ook voor te leggen aan het Hof van Justitie van de Europese Unie. In een recente conclusie neemt Advocaat-Generaal Bobek het Nederlandse systeem waarin toegang tot de bestuursrechter voor belanghebbenden afhankelijk wordt gesteld van het vooraf indienen van een zienswijze grondig onder de loep. (meer…)

Bodemverontreiniging door drugsgerelateerde stoffen en het overtredersbegrip van artikel 13 Wbb

Bodemverontreiniging door drugsgerelateerde stoffen en het overtredersbegrip van artikel 13 Wbb

Om iemand aan te kunnen merken als overtreder van artikel 13 Wet bodembescherming (Wbb) is vereist dat diegene handelingen als bedoeld in de artikelen 6 tot en met 11 Wbb heeft verricht. Dit geldt ook als diegene niet zelf de bedoelde handelingen heeft verricht, maar die wel aan hem kunnen worden toegerekend, omdat deze bijvoorbeeld voor hem, ten behoeve van hem, of onder zijn verantwoordelijkheid zijn verricht. Dit uitgangspunt ten aanzien van de reikwijdte van de zorgplicht van artikel 13 Wbb wordt weer eens duidelijk in een uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling van 10 augustus 2020. In deze zaak speelde een bodemverontreiniging als gevolg van drugsgerelateerde stoffen. (meer…)