Huisvesting arbeidsmigranten: goed regelen en onderbouwen

Huisvesting arbeidsmigranten: goed regelen en onderbouwen

en

Op 11 november deed de rechtbank Oost-Brabant tussenuitspraak over een vergunning voor het huisvesten van arbeidsmigranten bij een akkerbouwbedrijf. Zoals de rechter in de uitspraak zelf al benoemt, is dit niet de eerste zaak over de huisvesting van arbeidsmigranten en zeker ook niet de laatste. Omwonenden van een locatie waar arbeidsmigranten worden gehuisvest zijn regelmatig bang voor een grote verandering van hun leefomgeving en daarmee gepaard gaande overlast. Gemeenten moeten juist daarom extra goed opletten bij het verlenen van een vergunning. Deze uitspraak biedt een mooi overzicht van de omstandigheden die bij vergunningverlening in aanmerking moeten worden genomen. Lees meer…

Rechter stelt handhavingsstrategie provincie aan de kaak. Bouwen van stal zonder Wnb-vergunning is calculerend gedrag

Rechter stelt handhavingsstrategie provincie aan de kaak. Bouwen van stal zonder Wnb-vergunning is calculerend gedrag

en

De in de loop der jaren ontwikkelde beginselplicht tot handhaving brengt met zich mee dat in het geval van overtreding van een wettelijk voorschrift, het bestuursorgaan dat bevoegd is om handhavend op te treden dit in beginsel ook behoort te doen. Desalniettemin beschikt de toezichthouder over een zekere beleidsruimte waar het gaat om de manier waarop hij overtredingen adresseert. Deze beleidsruimte wordt onder meer ingekaderd door de Landelijke Handhavingsstrategie (LHS). In een uitspraak van 24 november 2020 buigt de Rechtbank Noord-Nederland zich over de door de provincie gekozen handhavingsstrategie en stelt dat de provincie het gedrag van de overtreder in deze zaak onjuist heeft geclassificeerd. Het willens en wetens bouwen van een stal zonder vergunning in de aanname dat deze uiteindelijk mag blijven staan, is te kwalificeren als ‘calculerend gedrag’. Daar had de provincie bij het bepalen van de handhavingsstrategie rekening mee moeten houden en daarbij steviger moeten handhaven dan zij heeft gedaan. Lees meer…

Is een mede-eigenaar van een perceel en van de daarop aanwezige inrichting mede-overtreder van artikel 13 Wbb?

Is een mede-eigenaar van een perceel en van de daarop aanwezige inrichting mede-overtreder van artikel 13 Wbb?

en

Om iemand aan te kunnen merken als overtreder van artikel 13 Wet bodembescherming (Wbb) is vereist dat diegene handelingen als bedoeld in de artikelen 6 tot en met 11 Wbb heeft verricht. Dit geldt ook als diegene niet zelf de bedoelde handelingen heeft verricht, maar die wel aan hem kunnen worden toegerekend, omdat deze bijvoorbeeld voor hem, ten behoeve van hem, of onder zijn verantwoordelijkheid zijn verricht. Op 4 november 2020 heeft de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) een interessante uitspraak gewezen over het overtrederschap van zorgplichtbepalingen, waaronder artikel 13 Wbb. Lees meer…

Het relativiteitsvereiste in het bestuursrecht: hoe zit het ook alweer?

Het relativiteitsvereiste in het bestuursrecht: hoe zit het ook alweer?

en

Sinds 1 juli 2013 geldt over de volle breedte van het bestuursrecht het relativiteitsvereiste in beroep en hoger beroep bij de bestuursrechter (art. 8:69a Awb). Het relativiteitsvereiste moet voorkomen dat een besluit met succes wordt aangevochten vanwege schending van een rechtsregel, als die regel is bedoeld om anderen te beschermen dan degene die in beroep komt. Dat kwam vooral veel voor in omgevingsrechtelijke zaken waaraan concurrerende partijen en milieuorganisaties deelnemen. Ook buiten het omgevingsrecht is het relativiteitsvereiste niet zonder betekenis. Het relativiteitsvereiste laat zich echter niet eenvoudig toepassen. Het komt dan ook goed van pas dat de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 11 november 2020 een overzichtsuitspraak heeft gedaan. Lees meer…